Waar nodig, worden voorzieningen ingezet om het hoogst mogelijke participatieniveau voor de betreffende klant te bereiken. Het uiteindelijke doel is het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt. Hierbij wordt uitgegaan van het principe: werken is het doel, participeren de norm.
In het kader van participatiedienstverlening worden de volgende op arbeidsinschakeling gerichte voorzieningen ingezet:
Beschut werk:
Het aantal beschut werken plekken wordt gemaximeerd. Voorrang van instroom op beschut werken plekken wordt gegeven aan de personen die op grote afstand van de arbeidsmarkt staan.
Loonkostensubsidie:
De in artikel 10 c en 10 d van de Participatiewet, alsmede de daaronder hangende lagere wetgeving vastgelegde regels met betrekking tot loonkostensubsidie, dienen onverkort te worden toegepast. Voor loonkostensubsidie zijn separate beleidsregels vastgelegd.
No- riskpolis:
De no-riskpolis wordt gehanteerd.
Proefplaatsing:
Een klant kan na bemiddeling op een reguliere vacature gedurende maximaal drie maanden op proef worden geplaatst met behoud van uitkering, op voorwaarde dat de werkgever vervolgens de klant voor minimaal zes maanden een contract aanbiedt indien de klant voldoet. Deze periode van drie maanden kan indien nodig éénmalig worden verlengd met nog eens drie maanden.
Indien in het kader van een proefplaatsing een loonwaardebepaling heeft plaatsgevonden, wordt de periode van de proefplaatsing niet verlengd.
Werkstage:
Als bemiddeling op een reguliere vacature nog niet mogelijk is en de klant wel voldoende werknemersvaardigheden en motivatie heeft om bij een werkgever ervaring op te doen kan een werkstage zinvol ingezet worden. De werkstage met behoud van uitkering duurt maximaal 6 maanden bij eenzelfde werkgever.
Préstart traject:
Klanten met een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering die uitkeringsonafhankelijk willen proberen te worden door het starten van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een préstart traject van het BZF. Het betreft een intensief advies- en begeleidingstraject dat is bedoeld om een klant voor te bereiden op zelfstandig ondernemerschap en wordt gefinancierd vanuit het Bbz 2004. Het bestaat uit een intake, een oriëntatiefase en een planfase. Gedurende het traject blijft de uitkering van de klant lopen en is hij vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen. De maximale duur is zes maanden.
Indien een klant die deelneemt aan een préstart traject in verband daarmee noodzakelijke kosten heeft, zoals kosten voor uitvoering van een marktonderzoek of voor geringe investeringen in het kader van de voorbereiding, kan daarvoor bijstand worden verstrekt in de vorm van een voorbereidingskrediet dat maximaal € 2.000,- bedraagt. Het gaat in eerste instantie om een renteloze geldlening die wordt omgezet in een rentedragende lening indien de klant in aansluiting op het préstart traject een bedrijf of zelfstandig beroep begint. Als de klant na afloop daarvan echter in de uitkering blijft, wordt de renteloze geldlening omgezet in een bedrag om niet.
Additionele inkoop:
Het instrument additionele inkoop (maatwerkaanpak) behelst het inkopen van (aanvullende) re-integratie / participatiedienstverlening op doelgroepen niveau en op individueel klantniveau. Het moet gaan om instrumenten of voorzieningen die participatie- of re-integratie bevorderen.
De inzet van het instrument moet een directe toegevoegde waarde hebben op de verkleining tot de afstand tot de arbeidsmarkt of een daadwerkelijk meetbare meerwaarde leveren aan de zelfstandigheid van de klant. Maatwerk betekent dat per klant een beoordeling gemaakt kan worden wat nodig is aanvullend aan de reguliere dienstverening. De mogelijkheden van de klant gericht op een zo snel mogelijke uitstroom naar werk of opleiding (dan wel participatie) zijn het uitganspunt.
Vrijwilligerswerk:
Het verrichten van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering kan, indien nodig, worden aangeboden als voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Maar als dit niet het geval is, kan toestemming aan de klant worden gegeven om met behoud van uitkering vrijwilligerswerk te doen omdat dergelijk werk bijvoorbeeld voor hem het maximaal haalbare is of om bepaalde vaardigheden niet te verliezen. Daarnaast wordt vrijwilligerswerk onder voorwaarden door het college beschouwd als onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie naar vermogen.