Centraal in de Participatiewet staat het uitgangspunt van werk boven inkomen. Alle inspanningen van belanghebbende en het college dienen te zijn gericht op arbeidsinschakeling. Hieronder wordt verstaan het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub. a Participatiewet.
Re-integratie is het geheel van activiteiten dat leidt tot arbeidsinschakeling. De Participatiewet stelt het college daarvoor mede verantwoordelijk door de opdracht de cliënt bij zijn arbeidsinschakeling te ondersteunen. Daarbij wordt een voorziening aangeboden indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Het primaat van arbeidsinschakeling laat onverlet dat het college de mogelijkheid heeft een voorziening aan te bieden in plaats van arbeid wanneer daarmee voor belanghebbende de kans op arbeidsinschakeling wordt vergroot.
Het uitgangspunt van de Participatiewet is om alle klanten een arbeidsverplichting op te leggen. Wel kan het college in individuele gevallen om dringende redenen afzien van het opleggen van de arbeidsverplichtingen. Er moet dus sprake zijn van dringende redenen, die individueel beoordeeld worden, en de vrijstelling heeft altijd een tijdelijk karakter. Middels periodieke beoordeling moet nagegaan worden of er nog sprake is van dringende redenen. Zo niet dan worden de arbeidsverplichtingen weer opgelegd.
De ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling kan alleen plaats vinden als er sprake is van een dringende reden. Een dringende reden is aanwezig indien betrokkene dusdanige belemmeringen heeft richting de arbeidsmarkt, dat zelfs met aanwezige re-integratiemiddelen en andere voorzieningen geen enkele weg richting een (gedeeltelijke) zelfstandige bestaansvoorziening openstaat.
Hierbij kan gedacht worden aan de volgende situaties:
zorg voor kinderen
De algemene beleidslijn is dat het hebben van de zorg voor kinderen op zichzelf niet leidt tot een ontheffing.
Gehuwden
Voor gehuwden geldt de plicht tot arbeidsinschakeling binnen de hierboven geschetste algemene kaders in beginsel voor ieder van hen, ook als er binnen het gezin kinderen zijn. Wanneer de zorg voor kinderen moet worden gecombineerd met arbeid is het aan beide gehuwden om hierin samen tot een verdeling te komen, waarbij de kansen op toetreding tot de arbeidsmarkt leidend moeten zijn. Met andere woorden: het kan niet zo zijn dat de ouder met een grote kans op toetreding tot de arbeidsmarkt geen uitvoering geeft aan de re-integratieverplichting vanwege de zorg voor de kinderen, terwijl de andere ouder deze zorg ook voor zijn rekening kan nemen.
Alleenstaande ouders
De alleenstaande ouder met de volledige zorg voor kinderen tot 5 jaar kan gebruik maken van de wettelijke mogelijkheid ontheffing van de arbeidsverplichting te krijgen. Voor een dergelijke ontheffing hoeft geen sprake te zijn van dringende redenen.
Een ontheffing van de arbeidsverplichting op grond van dringende redenen kan aan de orde zijn wanneer voor de alleenstaande ouder (ongeacht de leeftijd van de kinderen) de combinatie van zorg met arbeid pertinent niet mogelijk is. Er moet dan sprake zijn van objectiveerbare omstandigheden, bijvoorbeeld ziekte of zware gedragsproblemen bij kinderen.
Mantelzorg
Klanten die aantonen dat zij mantelzorg verrichten aan personen die niet zonder deze zorg kunnen, kunnen geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden van de arbeidsplicht gedurende de periode van mantelzorg. Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
medisch/psychische redenen
Veel mensen met medische en/ of psychische klachten werken of kunnen aan het werk. Toch kan het voorkomen dat medische en/of psychische gronden aanleiding geven tot het verlenen van een (tijdelijke) ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling. In bepaalde situaties zal de consulent heel goed in staat zijn dit te beoordelen zo nodig ondersteund door een verklaring van huisarts of behandelend specialist. Te denken valt aan een loonwaarde lager dan 30% van het wettelijk minimumloon, terminale ziekte of een zeer zware drugs-/alcoholverslaving. In die gevallen, dat een verklaring van huisarts of behandelend specialist naar het oordeel van de consulent onvoldoende duidelijk maakt dat verkrijgen of aanvaarden van arbeid niet kan worden verlangd, kan een medisch advies worden opgevraagd.
Artikel 5.
Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling
Onderdeel van Beleidsregels Participatie gemeente Harlingen 2021