Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Aantonen kennis Nederlandse taal

Onderdeel van Beleidsregels Wet Taaleis gemeente Harlingen 2021

Bij het indienen van een aanvraag om algemene bijstand heeft de belanghebbende, met de invoering van de Wet Taaleis, middels de inlichtingenplicht van artikel 17 van de Participatiewet, de verplichting om aan te tonen dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst. Dit kan de belanghebbende doen door het overleggen van documenten, zoals genoemd in artikel 18b, 2e lid van de Participatiewet. Onder een ander document, zoals bedoeld in artikel 18b, 2e lid Participatiewet wordt verstaan: overige documenten, waaruit blijkt dat men de Nederlandse taal op niveau 1Fof A2 beheerst (een diploma inburgering, rapporten of diploma’s van erkende Nederlandse onderwijsinstellingen of taalcursussen); documenten waaruit blijkt dat men is begonnen met een leertraject in het kader van de Wet inburgering of Wet Educatie Beroepsonderwijs (Web) en deze ook daadwerkelijk volgt. Als geen bewijsstukken kunnen worden overlegd en er ten aanzien van de belanghebbende gerede twijfel bestaat omtrent het niveau van de Nederlandse taal kan, voordat een Taaltoets wordt afgenomen, als eerste screening het instrument Taalmeter worden ingezet. De uitslag van de test met de Taalmeter kan, als die een voldoende taalniveau aangeeft, ook worden beschouwd als ander document. Een Taaltoets is dan niet nodig. Geeft de uitslag van de test met de Taalmeter een onvoldoende resultaat dan wordt een Taaltoets afgenomen. Wanneer betrokkene in de leerplichtige leeftijd (tussen 5 en 16 jaar) tenminste acht jaren in Nederland heeft gewoond kan ervan worden uitgegaan dat betrokkene gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd. Dit hoeft niet door middel van het overleggen van documenten te worden aangetoond. De leerplichtwet was op dat moment van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel