Het college kan binnen 8 weken na ontvangst van de bijstandsaanvraag, en voor het zittende bestand op een nader te bepalen moment, een toets bij de belanghebbende afnemen, indien de belanghebbende niet voldoet aan het bepaalde in artikel 18b, tweede lid van de Participatiewet of niet één van de in artikel 2 genoemde documenten kan overleggen.
Er wordt geen Taaltoets afgenomen als:
aan de belanghebbende volledige ontheffing is verleend van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet;
is vastgesteld dat de belanghebbende door in de persoon gelegen factoren niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F of A2 machtig te worden (o.a. een gediagnosticeerd leerprobleem);
de belanghebbende al diverse malen een taalcursus gevolgd heeft en vastgesteld is door de educatie-instelling dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F of A2 machtig te worden;
tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en daarbij is vastgesteld dat de belanghebbende de Nederlandse taal voldoende beheerst;
tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F of A2 machtig te worden;
als vooraf bekend is dat er sprake is van kortdurende bijstand. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen bij seizoenwerkloosheid, op handen zijnde emigratie, bereiken pensioengerechtigde leeftijd of bij een ongeneeslijke terminale ziekte. Verhuizing naar een andere gemeente valt hier niet onder. Onder kortdurende bijstandsverlening is sprake van een bijstandsperiode die naar verwachting minder dan zes maanden duurt;
de belanghebbende een ontheffing in het kader van de Wet inburgering is verleend.