Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze verordening zijn gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: college : het college van burgemeester en wethouders; de wet : de IOAW en IOAZ IOAW : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; uitkeringsnorm : de op belanghebbende van toepassing zijnde netto grondslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid IOAW/IOAZ; afstemming : het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste lid IOAZ evenals het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW en artikel 20, tweede lid IOAZ; inkomen : inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW/IOAZ; participatie-instrumenten : instrumenten die het college ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 34, eerste lid IOAW/IOAZ; participatietraject : een plan, bestaande uit een geheel van participatie- instrumenten, dat tot doel heeft om binnen een bepaald tijdsbestek te komen tot arbeidsmarktinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel