**1..** a. Het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan van aanpak met betrekking tot de arbeidsinschakeling in het kader van de gemeentelijke ondersteuning;
b. Het niet dan wel onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot scholing, arbeidsinschakeling dan wel maatschappelijke participatie;
c. Het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard;
d. Het niet dan wel onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden participatie-instrument, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het participatietraject.
e. Het niet naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
**2..** Het percentage van de standaard verlaging bedraagt 30% van de uitkeringsnorm.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.