Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van markt- en standplaatsgelden 2021-Gemeente Westerveld.

Marktgeld Het marktgeld als bedoeld in artikel 6, lid 1 is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het in het eerste lid, sub a van dit artikel bedoelde marktgeld verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in dit artikel, eerste lid, sub a bedoelde marktgeld ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het eindigen van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. Standplaatsgeld Het standplaatsgeld als bedoeld in artikel 6, lid 2 t/m 6, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het in het tweede lid, sub a van dit artikel bedoelde standplaatsgeld verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in dit artikel, eerste lid, sub a bedoelde standplaatsgeld ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het eindigen van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel