De gemeente kan er voor kiezen om zelf grond “bouwrijp” te maken en die vervolgens te verkopen aan partijen die op die grond woningen, bedrijven of ander vastgoed willen ontwikkelen.
De gemeente moet dan eerst percelen grond in eigendom zien te krijgen. Dat kan door vrijwillige aankoop, grondruil, de inzet van de Wet voorkeursrecht gemeenten en – als uiterste middel - door onteigening. Als de grond in eigendom is verkregen, laat de gemeente de grond geschikt te maken voor de bouw van woningen en ander vastgoed. Dit wordt het bouw- en woonrijp maken van grond genoemd. De gemeenteraad zorgt er vervolgens voor dat er op die grond gebouwd mag worden.
We spreken van actief grondbeleid als de gemeente zelf gronden in eigendom verwerft en deze bouw- en woonrijp maakt en verkoopt.
Met de aanleg van wegen en andere openbare voorzieningen zorgt de gemeente er bovendien voor dat deze grond voor de toekomstige gebruikers wordt ontsloten. Het uitgeefbare deel van de grond wordt vervolgens door de gemeente verkocht. Verkoop van bouwrijpe grond kan door volledige eigendomsoverdracht of door of uitgifte van de bouwrijpe grond in erfpacht aan één of meerdere partijen (bouwers, projectontwikkelaars, beleggers, corporaties, en/of particulieren).
Bij verkoop of uitgifte in erfpacht zorgt de derde partij vervolgens voor bebouwing. Het verschil tussen de aankoopprijs van de grond en de uitgifteprijs van het perceel (de opbrengst van de uitgifte in eigendom of erfpacht), komt toe aan de gemeente. Met dit verschil dekt zij de kosten voor het woon- en bouwrijp maken. Afhankelijk van de omstandigheden kan dit kostendekkend zijn, dan wel winst of verlies opleveren voor de gemeente.
Wanneer de gemeente de gronden in een plangebied in eigendom heeft gekregen, kan ze onder andere door middel van het vaststellen van uitgifteprijzen en -voorwaarden bij de gronduitgifte de regie voeren over de locatieontwikkeling.
De mogelijkheid om te sturen op de kwaliteit, het programma en het bouwtempo van de ontwikkeling is bij actief grondbeleid optimaal. Bij actief grondbeleid loopt de gemeente echter wel financiële risico’s. Die kunnen fors oplopen
De kredietcrisis van 2008 heeft laten zien financiële risico’s heel kunnen groot zijn. Hoe meer grond de gemeente zelf ontwikkelt, hoe groter het risico. Dat financiële risico zit onder meer in de grondprijs zelf, de verwervingskosten, de kosten van bodemsanering, de kosten voor het bouw- en woonrijp maken en de afzet (tempo, prijs en omvang) van bouwrijpe grond. Daarnaast vraagt een actief grondbeleid veel meer ambtelijke capaciteit en expertise.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1.
Actief grondbeleid
Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2025 gemeente Molenlanden