Planmatige en strategische grondverwerving
Grondverwerving door de gemeente kan zowel binnen faciliterend als binnen een actief grondbeleid plaatsvinden. In het eerste geval komen de koopsom en de aankoopkosten ten laste van een private partij.
Binnen het grondbeleid wordt veelal een onderscheid gemaakt tussen projectgebonden grondaankopen en strategische grondverwerving. Projectgebonden aankopen zijn gekoppeld aan de ruimtelijke ontwikkeling zoals voorzien in de structuurvisie en bestemmingsplan en (vanaf 2022) omgevingsvisie en omgevingsplan.
Strategische grondverwerving verwijst naar de aankoop van gronden die op termijn noodzakelijk kunnen zijn voor de realisatie van ontwikkelingen die in een structuurvisie / omgevingsvisie voorzien zijn. Strategische grondverwerving is een mogelijkheid om een grotere mate van regie te bewerkstelligen bij toekomstige ontwikkelingen. Op het moment van verwerven zijn er (nog) geen concrete (her)ontwikkelingsplannen, maar op de middellange termijn (over 5 à 10 jaar) zal dit wel aan de orde zal zijn. Ook kan gedacht worden aan de verwerving van “ruilobjecten”: gronden die geschikt zijn om te gebruiken voor bijvoorbeeld bedrijfsverplaatsingen.
De term strategische grondverwerving beperken wij in deze nota tot de verwerving van gronden die op termijn noodzakelijk zijn voor de realisatie van ontwikkelingen die nog niet voorzien zijn.
Beheer van strategische gronden.
Strategische gronden worden uitsluitend tijdelijk verpacht (via zogeheten geliberaliseerde pachtovereenkomsten). Dit om te voorkomen dat een pachtrecht voor onbepaalde tijd ontstaat en de pachter een eerste recht van koop verkrijgt.
Methoden van grondverwerving
De gemeente kan op drie manieren grond verwerven: (1) minnelijk, (2) d.m.v. voorkeursrecht en (3) door onteigening.
Minnelijke verwerving
Als de gemeente grond wil of moet verwerven (kopen) is zogenaamde minnelijke verwerving het uitgangspunt. Minnelijke verwerving is de vrijwillige verkoop van een onroerende zaak door de eigenaar aan de gemeente. Pas als de gemeente er niet in slaagt om benodigde grond minnelijk te verwerven, besluit de raad omtrent het vestigen van een voorkeursrecht of onteigening.
Voorkeursrecht
De Wet voorkeursrecht gemeenten verschaft de gemeente de mogelijkheid tot vestiging van een recht van eerste koop van door de gemeente aan te wijzen percelen. Als een grondeigenaar zijn met gemeentelijk voorkeursrecht belaste eigendom wil verkopen, zal hij dat eerst aan de gemeente te koop moeten aanbieden.
Het voorkeursrecht is een beschermingsinstrument dat nuttig kan zijn tijdens de eerste periode van de planontwikkeling. In die fase staat nog niet vast wat er gebouwd gaat worden, wel dat er mogelijk gebouwd gaat worden. We spreken dan van “warme grond”. De grondprijs van warme grond stijgt – afhankelijk van wat partijen verwachten wat er gebouwd mag worden - tot de “verwachtingswaarde”. Door het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht kunnen ongewenste verkopen van grond worden voorkomen en eventuele grondspeculatie kan effectief worden tegengegaan.
Aan het vestigen van een voorkeursrecht zijn strikte eisen en termijnen in de wet gesteld. Vestiging van een voorkeursrecht leidt niet automatisch tot een koopplicht voor de gemeente.
Onteigening
Grond is emotie. Daarom is onteigening voor eigenaren doorgaans een ingrijpende gebeurtenis. Om die reden wordt alleen onteigend als dit strikt noodzakelijk is om ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving binnen door de raad gewenste kaders tijdig te realiseren.
De wettelijke kaders ten aanzien van onteigening eisen een vast en strak stramien van acties en dossiervorming, het dient dan ook een zorgvuldig proces te zijn. Aangezien een onteigeningsprocedure een relatief lange doorlooptijd kent, is het verstandig vroegtijdig de eigenaren over de noodzaak om gronden te verwerven te informeren en met hen in gesprek te treden over de (minnelijke) verwerving van hun grond.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Grondverwerving
Onderdeel van Nota grondbeleid 2021-2025 gemeente Molenlanden