1.. De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:

  • - kosten die redelijkerwijs direct aan de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 zijn toe te rekenen;
  • - kosten die redelijkerwijs direct zijn toe te rekenen aan het incidenteel waarderen, motiveren of inspireren van vrijwilligers;
  • - kosten die gemaakt worden voor het bij notariële akte oprichten van een rechtspersoon;
  • - bureau/bestuurskosten tot een maximum van 25% van het aangevraagde subsidiebedrag.

2.. Niet-subsidiabele kosten zijn in ieder geval:

  • - vaste vrijwilligersvergoedingen;
  • - structurele huisvestingskosten;
  • - kosten die uit hoofde van een andere subsidieregeling vergoed worden.