Naar hoofdinhoud
De jeugdige en/of ouder(s) zijn verplicht aan het college desgevraagd medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor uitvoering van de Jeugdwet.7Zie artikel 8.1.2 lid 3 van de Jeugdwet Van de jeugdige en/of ouder(s) wordt daarom verlangd dat zij de gegevens verstrekken die nodig zijn voor een goede beoordeling van de hulpvraag en dat zij zo goed mogelijk meewerken aan een daarvoor benodigd onderzoek. Als dat een inbreuk op het gezinsleven betekent, dan mag worden verwacht dat de jeugdige en/of ouder(s) hier toestemming voor geven voor zover de informatie nodig is om op de aanvraag voor jeugdhulp te beslissen. Als de jeugdige en/of ouder(s) niet of onvoldoende meewerken aan het onderzoek naar de benodigde jeugdhulp, moet het college een besluit nemen op basis van de gegevens waarover het wel kan beschikken.8Zie de uitspraak van de rechtbank Overijssel d.d. 1-04-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:1060 Het kan zijn dat door het ontbreken van informatie niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een noodzaak tot jeugdhulp. In dat geval wijst het college de aanvraag af. Het kan ook zijn dat op grond van de aanwezige informatie geoordeeld wordt dat een andere vorm van jeugdhulp nodig is dan die de jeugdige en/of ouder(s) hebben gevraagd. In dat geval kent het college alleen die vorm van jeugdhulp toe en wijst de gevraagde jeugdhulp af. De inlichtingenplicht ligt in het verlengde van de medewerkingsplicht. Dat wil zeggen dat de jeugdige en/of ouder(s) het college actief moeten informeren over alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de toekenning of heroverweging van een individuele voorziening of het daaraan gekoppelde persoonsgebonden budget.9Zie artikel 7.1 lid 1 van de verordening

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel