Naar hoofdinhoud
Jeugdigen en ouders komen in aanmerking voor een individuele voorziening voor jeugdhulp als uit onderzoek blijkt dat zij geen oplossing voor hun hulpvraag kunnen vinden. Nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. In de verordening is vastgelegd dat het college onder ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen’ in ieder geval verstaat: de gebruikelijke hulp die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden; de hulp die kan worden geboden door andere personen uit het sociale netwerk van de jeugdige en ouders; het aanspreken van een aanvullende verzekering.10Zie artikel 4.1 lid 1 van de Verordening Bij de constatering van onvoldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of ouder(s) worden de mogelijkheden onderzocht om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige hulp.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel