De geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (jeugd-ggz) richt zich op jeugdigen met psychische problemen of psychische stoornissen. Het gaat hierbij om hulp gericht op het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of leren omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen.31Zie onderdeel 1° van het begrip ‘jeugdhulp’ in artikel 1.1 van de Jeugdwet
Jeugdigen voor wie jeugd-ggz nodig is hebben vaak problemen thuis, op school en in contacten met anderen. Bij deze jeugdigen is sprake van psychische problemen die hun dagelijks functioneren belemmert. Er bestaan veel verschillende psychische problemen waarmee jeugdigen te maken kunnen krijgen. Enkele voorbeelden zijn:
ontwikkelingsstoornis (zoals autisme en ADHD);
stemmingsstoornis (zoals depressie);
eetstoornis;
gedragsstoornis;
problematisch middelengebruik;
psychotische stoornis;
hechtingsstoornis;
angststoornis;
dyslexie, zie paragraaf 4.6.
De meeste behandelingen in de jeugd-ggz vinden ambulant plaats. Dat betekent dat de behandeling thuis of op locatie wordt gegeven, bijvoorbeeld op een school. Het overige deel van de behandelingen vindt plaats in een kliniek. Dit kan door de jeugdige enkele dagdelen een behandeling te laten volgen of door de jeugdige voor bepaalde tijd op te nemen in een ggz-instelling (kinder- of jeugdpsychiatrische kliniek). Jeugd-ggz biedt ook preventieve behandelingen. Jeugdigen met lichtere problematiek kunnen preventieve cursussen volgen. Het Kernteam kan ook ondersteuning bieden bij lichte ggz-problematiek.
Jeugd-ggz op grond van de Jeugdwet stopt bij 18 jaar. Het is niet mogelijk om dit als verlengde jeugdhulp in te zetten. Vanaf 18 jaar is ggz-zorg op grond van de Zorgverzekeringswet mogelijk, Zie hierover ook paragraaf 3.8 (Afbakening jeugdhulp 18-/18+).
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.4