Jeugdhulp omvat onder andere het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging. Deze hulp is gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij de jeugdige met een beperking, die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.28Zie onderdeel 3° van het begrip ‘jeugdhulp’ in artikel 1.1 van de Jeugdwet
Persoonlijke verzorging betreft hulp en zorg bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het gaat dan onder andere om de volgende activiteiten (deze lijst is niet uitputtend):
wassen;
aankleden en uitkleden;
aanbrengen of aantrekken van hulpmiddelen, prothesen, elastische kousen;
eten en drinken;
toedienen van sondevoeding;
zich verplaatsen (in/uit bed, in/uit bad, van bed naar stoel);
naar het toilet gaan (aanleggen van een urinaal, verwisselen van incontinentiemateriaal);
wisselen van lig- of zithouding;
medicijnen innemen;
opmaken van het bed van een bedlegerig kind;
reguliere huidverzorging, mond- en gebitsverzorging, scheren, hand- en voetverzorging;
schoonhouden en verzorgen van stoma en andere onnatuurlijke lichaamsopeningen.
Een jeugdige kan ondersteuning krijgen bij deze ADL-activiteiten, maar de handelingen kunnen ook worden overgenomen. Het stimuleren van de jeugdige om de persoonlijke verzorging uit te voeren of aan te leren, kan ook onderdeel zijn van de in te zetten hulp.
Als uit onderzoek blijkt dat sprake is van onvoldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de jeugdige en ouder(s) en er geen mogelijkheden zijn om met de inzet van een andere voorziening en overige voorziening tot een oplossing voor de hulpvraag te komen, verstrekt het college een individuele voorziening voor persoonlijke verzorging. In bijlage 3 is de ‘Tabel normtijden persoonlijke verzorging’ opgenomen die het college als leidraad hanteert voor het bepalen van het aantal minuten dat per handeling persoonlijke verzorging nodig wordt geacht.29De Tabel normtijden persoonlijke verzorging is gebaseerd op de CIZ indicatiewijzer 7.0, januari 2014
4.3.1Gebruikelijke hulp bij persoonlijke verzorging
Bij de beoordeling van de vraag welke activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging als (boven)gebruikelijke hulp kunnen worden aangemerkt, gelden de hoofdregels uit hoofdstuk 3.
Hierna komen enkele uitzonderingen dan wel bijzondere situaties aan de orde die specifiek voor persoonlijke verzorging gelden.
De ouder(s) hebben zelf beperkingen
Als ouder(s) geobjectiveerde beperkingen hebben en/of kennis/vaardigheden missen om gebruikelijke persoonlijke verzorging uit te voeren en deze vaardigheden niet kunnen aanleren, dan kan niet alle gebruikelijke hulp van deze ouder worden verwacht.
Beschikbaarheid ouder vanwege werk
Wanneer ouder(s) werken of studeren, blijven zij verantwoordelijk voor de persoonlijke verzorging van hun kinderen. De persoonlijke verzorging die buiten dit werk of de studie om als gebruikelijke hulp wordt beschouwd, kan niet als voorziening worden toegekend. Voor zover de persoonlijke verzorging van niet uitstelbare aard is en de ouder(s) niet beschikbaar zijn wegens werk of studie, valt dit niet onder gebruikelijke hulp. Van de ouder(s) kan dan niet worden verwacht dat zij die taken op zich nemen.
Persoonlijke verzorging tijdens kinderopvang
De opvang en zorg die door de kinderopvang wordt geboden, vallen onder gebruikelijke hulp. Alleen voor de hulp die aanvullend nodig is aan de opvang en zorg die door de kinderopvang wordt geboden, kan het college een voorziening verstrekken.
Persoonlijke verzorging tijdens onderwijs
De school biedt gangbare en normale dagelijkse zorg, zoals het strikken van veters, het aantrekken van een jas en hulp bij toiletgang bij kleuters. Voor deze gangbare en normale dagelijkse zorg kan geen voorziening worden verstrekt. Gedurende de tijd dat een jeugdige de school bezoekt, is er voor de niet-uitstelbare zorg geen verplichting voor de ouder(s) om deze hulp op school te leveren. Dit wordt gezien als bovengebruikelijke hulp. Voor deze hulp kan het college een voorziening toekennen.
4.3.2Afbakening persoonlijke verzorging Jeugdwet - Zvw
De persoonlijke verzorging aan jeugdigen kan zowel onder de Zvw vallen als onder de Jeugdwet:30Zie de Factsheet Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag van het Ministerie van VWS d.d. februari 2019
indien de verzorging bij jeugdigen verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, valt die zorg onder de Zvw;
indien de verzorgende handelingen bij jeugdigen gericht zijn op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij ADL, valt die zorg onder de Jeugdwet.
Afhankelijk van de situatie is dus of de zorgverzekeraar of de gemeente verantwoordelijk voor het organiseren en bekostigen van de verzorging. Ook een combinatie is mogelijk. De indicerende kinderverpleegkundige bepaalt of in een specifieke situatie een behoefte bestaat aan verzorging die ‘verband houdt met een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop’ of niet. Hiermee wordt bedoeld de verpleging en verzorging die verpleegkundigen bieden. Als dat zo is, geeft de kinderverpleegkundige een indicatie af voor persoonlijke verzorging op grond van de Zvw. Voorbeelden van deze zorg zijn: schoonhouden en verzorgen van stoma, toedienen medicijnen, toedienen van sondevoeding.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.3