Het college onderzoekt periodiek of de verstrekte voorzieningen, in natura of als pgb, worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Daarbij wordt eveneens gekeken naar de kwaliteit en rechtmatigheid ervan.
Onverminderd artikel 8.1.2. lid 3 van de wet bestaat de verplichting medewerking te verlenen.
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de controle op het gebruik of de besteding.