Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2020 Vlieland

Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen de jeugdige of zijn ouders of wettelijk vertegenwoordiger op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders of wettelijk vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders of wettelijk vertegenwoordiger niet langer op de individuele voorziening of het pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; de jeugdige of zijn ouders of wettelijk vertegenwoordiger niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele voorziening of het pgb, of de jeugdige of zijn ouders of wettelijk vertegenwoordiger de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het college kan personen aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het in het kader van rechtmatigheid bepaalde bij of krachtens de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel