**1..** De subsidievaststelling voor de subsidierelaties waarop artikel 17 eerste tot en met vierde lid van toepassing is, vindt jaarlijks plaats op basis van de in het eerste kwartaal van het volgende jaar ingezonden aanvraag tot vaststelling. Voor deze aanvraag stelt het college een vaststellingsformulier beschikbaar.
**2..** Aan de aanvraag tot vaststelling van het betreffende kalenderjaar voegt het kindercentrum een overzicht toe van de per kwartaal en in totaal op jaarbasis onder de subsidie gebrachte bedragen en bijbehorende noodzakelijke (kind)gegevens.
**3..** De subsidie wordt vastgesteld nadat controle heeft plaatsgevonden ten aanzien van afgegeven beschikkingen voor het betreffende jaar en het in het tweede lid genoemde overzicht.
**4..** Indien en voor zover het bedrag van de verleende subsidie hoger ligt dan het bedrag aan werkelijke opvangkosten dat onder de subsidie kan worden gebracht :wordt de subsidie vastgesteld conform de verlening en onder vorming van een egalisatiereserve voor het surplus.
**5..** Bij de toevoeging aan de egalisatiereserve van een surplus geldt:
dat het bedrag van de toevoeging maximaal 3 % van het in dat jaar verleende subsidiebedrag mag zijn; en
dat stand van de egalisatiereserve gevormd over een aantal jaren een gestelde bovengrens niet mag overschrijden. Deze bovengrens bedraagt 10 % van het laatstelijk verleende jaarsubsidiebedrag tot een maximum van € 2.500,--.
**6..** Voor zover de egalisatiereserve en de toevoegingen aan deze reserve de maximale bedragen zoals genoemd in het vijfde lid te boven gaan, wordt het meerdere teruggevorderd.
Hoofdstuk 3
Artikel 18