Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,1 m wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:25;
terrassen als bedoeld in artikel 2:28;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;
fietsen of bromfietsen;
Tevens is het verbod in het eerste lid niet van toepassing op (bouw)-objecten die worden geplaatst buiten de vesting Naarden en buiten de vesting Muiden voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
degene die voornemens is een bouwplaats in te richten, doet daarvan uiterlijk 5 werkdagen van tevoren een melding aan het college;
er geen sprake is van een bouwplaats inrichting als bedoeld in de uitvoeringsregel: ‘Nadere uitvoeringsregels ten aanzien van bouwobjecten’ die deel uitmaakt van deze verordening.
de plaatsing van het object niet langer duurt dan twaalf weken gerekend vanaf de datum van melding aan het college.
Er wordt voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in de uitvoeringsregel: ‘Nadere uitvoeringsregels ten aanzien van bouwobjecten’ die deel uitmaakt van deze verordening.
Het (bouw)-object dient te passen binnen een parkeervak (lengte 4.50 m x 2.40 m).
Tevens is het verbod in het eerste lid niet van toepassing op het plaatsen van een oplaadpaal mits de oplaadpaal op verzoek van het college wordt geplaatst.
Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vierde lid.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening.
Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gooise Meren 2020