Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Uitzonderingen bieden gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021

In de volgende situaties wordt er in principe van uitgegaan dat de huisgenoot (tijdelijk) geen (volledige) gebruikelijke hulp biedt of kan bieden: de huisgenoot is overbelast of dreigt te worden overbelast, de huisgenoot heeft beperkingen en/of mist de kennis/vaardigheden om gebruikelijke hulp uit te voeren en kan deze kennis/vaardigheden niet aanleren, de cliënt heeft een zeer korte levensverwachting en om die reden van huisgenoten niet kan worden verwacht om alle huishoudelijke taken nog over te nemen, de huisgenoot is voor aaneengesloten periode(n) niet aanwezig vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter, of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Hieronder kan een stapeling van ondersteunings- en/of zorgtaken worden verstaan al dan niet gecombineerd met reguliere werkzaamheden. Denk bijvoorbeeld aan het bieden van: verpleging en verzorging als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw), en/of het bieden van jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet (JW), waaronder ook activiteiten die binnen de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouder(s) vallen, en/of het uitvoeren van activiteiten die (ook al) onder gebruikelijke hulp vallen, en/of het bieden van mantelzorg. Het kan om activiteiten gaan die onder de Wmo 2015, de JW of de Zvw vallen, waarbij zorg of ondersteuning wordt geboden zonder dat aanspraak wordt gedaan op de betreffende wet(ten).

Rechtspraak bij dit artikel