Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Ondersteuningsbehoefte en gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021

Huishoudelijk ondersteuning Voor huishoudelijke ondersteuning geldt dat het binnen de algemeen aanvaarde opvattingen valt dat huisgenoten de huishoudelijke taken overnemen als een andere huisgenoot deze niet kan uitvoeren. Dit uitgangspunt is volledig in lijn met de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (bijv. CRVB:2019:2616, CRVB:2018:2721 en CRVB:2017:4476). Voor inwonende kinderen geldt dat de mate waarin gebruikelijke hulp kan worden geboden afhankelijk is van hun leeftijd. In de bijlage van deze beleidsregels is de Richtlijn gebruikelijke hulp inwonende kinderen opgenomen. Verder is het zo dat de inzet van kinderen niet ten koste mag gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder het omgaan met leeftijdgenoten, het doen aan vrijetijdsbesteding en de schoolprestaties (TK 2013/14, 33 841, nr. 34, p. 116). Thuisadministratie Voor begeleiding bij of het overnemen van de thuisadministratie geldt dat het binnen de algemeen aanvaarde opvattingen valt dat partners de thuisadministratie van elkaar overnemen als een van hen dat niet (meer) kan (bijv. RBDHA:2018:10620 en RBZWB:2017:6072). Onder het doen van de thuisadministratie valt in ieder geval de postverzorging, de betaling van rekeningen en dergelijke. Het kan ook zijn dat de huisgenoot en de cliënt dat gezamenlijk doen. In die situatie biedt de huisgenoot ondersteuning bij de thuisadministratie. Ook van ouder(s) wordt verwacht dat zij de thuisadministratie van een inwonend meerderjarig kind overnemen. Bij inwonende kinderen tot 23 jaar kan een uitzondering gelden voor het overnemen van de thuisadministratie van hun (alleenstaande) ouder. Het bieden van gebruikelijke hulp bij de thuisadministratie moet overigens niet verward worden met personen die niet (meer) in staat zijn om financiële beslissingen te nemen en daardoor in de problemen komen. Op die grond kan de Kantonrechter bewindvoering uitspreken omdat ‘derden’ misbruik zouden kunnen maken van de situatie van de cliënt. Begeleiding gericht op zelfzorg Onder zelfzorg worden algemene dagelijkse levensverrichtingen (adl) verstaan zoals: lichaamsreiniging, zich kleden, eten en drinken, medicijnen innemen, etc. Van echtgenoten/partners mag bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte in ieder geval worden verwacht dat de een de ander aanspoort tot het uitvoeren van deze adl-activiteiten in het kader van gebruikelijke hulp. Onder aansporen wordt het aanmoedigen verstaan om een activiteit uit te voeren. Dat wil zeggen het helpen herinneren opdat de cliënt zich bijvoorbeeld gaat douchen of aankleden. Onder aansporen in het kader van gebruikelijke hulp valt niet het structureel moeten activeren van de cliënt. Bij een langdurige ondersteuningsbehoefte van de cliënt wordt gebruikelijke hulp van de echtgenoot/partner verwacht voor zover het activiteiten betreft die hen gezamenlijk aangaan, zoals het eten en drinken. Bij andere adl-activiteiten overlegt het college met de cliënt en zijn partner/echtgenoot wat redelijk is. Van inwonende meerderjarige kinderen wordt in principe niet verwacht dat zij hun ouder(s) aansporen tot zelfzorg. Begeleiding bij het doen van aankopen Van de echtgenoot/partner ten opzichte van elkaar wordt verwacht dat zij elkaar ondersteuning bieden bij het doen van aankopen. Onder gebruikelijke hulp valt dan ook het overnemen van deze activiteiten voor zover een van hen daartoe niet meer in staat is. Denk bijvoorbeeld aan: kleding kopen, vakantie boeken, boodschappen doen of andere normale aankopen. Daarmee is overigens nadrukkelijk niet uitgesloten dat van meerderjarige inwonende kinderen niet ook mag worden verwacht dat zij hun ouder(s) incidenteel begeleiding bieden bij bijvoorbeeld het boodschappen doen. Begeleiding bij structureren van de dag/week Van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar wordt verwacht dat zij elkaar ondersteuning bieden bij activiteiten die hen ook gezamenlijk kunnen aangaan. Dat kan door het maken en bespreken van een dag-of weekplanning. Daarin staat de volgorde waarin activiteiten plaats vinden en de dag of het dagdeel waarin de activiteit zal worden gedaan. Denk bijvoorbeeld aan: Bezoek aan de huisarts, tandarts, specialist, Regelen van dagelijkse zaken zoals: de hond uitlaten, postverwerking, e.d., Bezoek aan familie, Deelname aan geïndiceerde zinvolle daginvulling (brengen en/of opgehaald worden), Etc. Dergelijke activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op het sociaal functioneren van de cliënt en het aanbrengen van structuur in de thuissituatie. Begeleiding bij participatie Onder participatie wordt onder meer verstaan: bezoek aan de familie, vrienden, kerk of moskee, huisarts/ziekenhuis, winkelen, deelname maatschappelijke activiteiten, etc. Daaronder wordt ook het vervoer verstaan, het gaat immers om (incidentele) verplaatsingen die in het algemeen gepland kunnen worden. Daar kunnen huisgenoten onderling afspraken over maken. Onder vervoer kan ook begeleiding bij gebruikmaking van het Openbaar Vervoer worden verstaan. In het algemeen geldt dat van echtgenoten/partners ten opzichte van elkaar meer wordt verwacht dan van inwonende kinderen voor hun ouders. Dat wil zeggen dat van een inwonend meerderjarig kind wel mag worden verwacht dat het incidentele vervoer of begeleiding bij het vervoer aan de cliënt wordt geboden. Denk bijvoorbeeld aan een bezoek aan de huisarts of vrienden/familie. Het is dan ook niet ongebruikelijk als daarvoor een vrije dag van het werk moet worden genomen. Begeleiding bij vervoer Bij het verstrekken van een gebruikerspas voor de Deeltaxi kan nog steeds sprake zijn van gebruikelijke hulp als de cliënt daarbij begeleiding nodig heeft. Dat wil zeggen dat in zo’n situatie geen individueel (rolstoel)taxivervoer verstrekt hoeft te worden. Een verplichte begeleider mag gratis met de Deeltaxi mee. Ook als de cliënt in het bezit is van een geldige OV-begeleiderskaart, dan kan diens begeleider gratis mee. Een sociale begeleider betaalt net als de cliënt het gereduceerde tarief. Ook bij het bezit van een eigen auto kan sprake zijn van gebruikelijke hulp. Dat wil zeggen dat in zo’n situatie geen tegemoetkoming in de kosten voor het gebruik van de auto verstrekt hoeft te worden. Individuele vervoersbehoefte, geen gebruikelijke hulp De cliënt kan ook een individuele lokale vervoersbehoefte hebben en om die reden niet voor alle ondersteuning afhankelijk kan zijn van zijn huisgenoten in het kader van gebruikelijke hulp. In die gevallen kan het verstrekken van een vervoersvoorziening of tegemoetkoming in de kosten voor het gebruik van eigen auto aan de cliënt zijn aangewezen.

Rechtspraak bij dit artikel