Het kan gaan om een derde die in dienst is bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam is. Het college beoordeelt aan de hand van het budgetplan in ieder geval of:
de ondersteuning aansluit aan bij de vastgestelde beperkingen van de cliënt.
De ondersteuning wordt geboden op basis van te behalen doelen die met de client worden geëvalueerd en zonodig bijgesteld.
de ondersteuner beschikt over een relevante opleiding. De opleidingseis zal verschillen naar gelang de aard van de geïndiceerde ondersteuning.
de ondersteuner beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Deze verklaring mag in principe niet ouder zijn dan drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de ondersteuning.
de ondersteuner de omvang/intensiteit van de ondersteuning kan bieden. Deze vraag zal zich voornamelijk voordoen bij ZZP-ers. Die zullen namelijk ook door andere cliënten kunnen worden ingehuurd. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek.
de beoogde ondersteuner niet al lang betrokken is bij de cliënt, zijn gezin en/of personen uit het sociaal netwerk. Dit kan betekenen dat er geen sprake meer is of kan zijn van voldoende professionele distantie om het resultaat te bereiken. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit het ontbreken van voortgang in de te bereiken resultaten. In zo’n geval is het pgb niet (meer) geschikt voor het doel. Onvoldoende professionele distantie kan ook betekenen dat de cliënt (te) afhankelijk is (of wordt) van de ondersteuner.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.7.1
Kwaliteit besteding pgb professionele ondersteuner
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Breda 2021