Uitruil natuurbeheertype: uitruil van natuurbeheertypen op eigen grond (‘intern salderen’) gelegen binnen de NNN in het plangebied van het bestemmingsplan, mits dat onderbouwd een betere of ten minste gelijkwaardige ecologische kwaliteit oplevert op beide locaties, én door inrichting ook een efficiënter beheer (bv betere ontsluiting e.d.) kan plaatsvinden (beperkte clustering van natuurbeheertypen) zonder dat dit ten koste gaat van het mozaïekbeheer en het behalen van de waternatuurdoelen. Uitruil tussen de bestemming ‘Natuur’ en ‘Natuur – Extensief agrarisch medegebruik’ is niet toegestaan. Beide locaties in de ‘uitruil’ dienen van vergelijkbare ordegrootte (in hectaren) te zijn en geen negatieve invloed te hebben op de waternatuurdoelen die gekoppeld zijn aan de natuurdoeltypen op het land.
Flexibele maaidata: eerder maaien (vanaf 15 mei) is mogelijk indien nodig en ook indien overlegd én met toestemming van het Natuurbeheercollectief én indien nodig om de ecologische kwaliteit te bereiken (bv verruiging /storingssoorten). Dit betreft specifiek ‘ontwikkelingsbeheer’ (eerste zes jaar, soms ook in de tweede zes jaar).
Beoordeling vindt vooral plaats op het realiseren van de bestemming ‘Natuur’, in mindere mate op het ontwikkelingsbeheer waarvoor subsidie mogelijk is vanuit SKNL. Er moet wel degelijk aandacht voor ontwikkelingsbeheer zijn, maar uitvoering daarvan vergt ook maatwerk, een intensieve begeleiding en samenwerking met het Natuurbeheercollectief en mogelijk een extra financiële impuls (SKNL en SNL subsidie) omdat het dikwijls een intensiever beheer vergt. Investeringen op agrarisch gebied vallen daar echter niet onder.
Artikel 3
Maatwerk bestemming Natuur
Onderdeel van Beleidsregel maatwerk bij zelfrealisatie in het kader van Inrichtingsplan Krimpenerwaard