1.1Achtergrond
Op 1 januari 2007 is de “Wet geurhinder en veehouderij” (Wgv) in werking getreden. De Wgv ziet toe op geurhinder vanuit veehouderijen. De Wgv bevat daartoe onder meer wettelijke geurnormen waaraan in principe moet worden voldaan, maar de wet biedt aan gemeenten tevens de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen (artikel 6 Wgv) eigen gemeentelijke geurnormen toe te passen, dus een eigen gemeentelijk geurbeleid te gaan voeren. Afwijken van de wettelijke normen is zowel naar boven als naar beneden mogelijk. Deze afwijkende geurnormen moeten in een gemeentelijke verordening worden vastgelegd. Als in een gemeente afwijkende normen gaan gelden, moet een gebiedsvisie worden opgesteld waarin de relatie wordt gelegd tussen de beoogde ruimtelijke ontwikkeling en de geurbelasting.
De gemeente Vijfheerenlanden is op 1 januari 2019 ontstaan. Het betrof een fusie van de gemeenten Leerdam, Zederik en Vianen. Twee van de drie gemeenten (Zederik en Leerdam) die de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden hebben gevormd, hadden reeds geurbeleid vastgesteld. De gemeente Zederik heeft in 2009 de geurverordening vastgesteld. Deze is op 30 september 2013 aangepast. Bij deze aanpassing is de locatie Broekseweg 88 aangewezen als gebied waarvoor een andere afstandseis dan in de Wet geurhinder van toepassing is. De gemeente Leerdam heeft op 16 juni 2010 een geurverordening vastgesteld. Op 24 september 2015 is de geurverordening van 2010 ingetrokken en vervangen door de “Geurverordening 2015 gemeente Leerdam”. De derde gemeente die is opgegaan in de gemeente Vijfheerenlanden betreft de gemeente Vianen. Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Vianen is geen geurverordening vastgesteld. Voor deze gemeente was wel een concept-geurgebiedsvisie opgesteld.
Het geurbeleid van de voormalige drie gemeenten wordt in deze visie geharmoniseerd en geactualiseerd. De Wet Algemene Regels Herindeling (Wet Arhi) verplicht heringedeelde gemeentes om binnen twee jaar beleid te harmoniseren. Voor de gemeente Vijfheerenlanden betekent dit voor 1 januari 2021.
Deze gebiedsvisie vormt de onderbouwing voor het nemen van een raadsbesluit over de harmonisatie en uitbreiding van de vigerende geurverordeningen.
1.2Bestaande situatie
De gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit zestien verschillende woonkernen. Dit is een mix van steden en dorpen. Elk van deze kernen heeft een eigen identiteit en karakter. Daarnaast heeft de gemeente een groot buitengebied. De verschillende functies zoals recreatie, natuur, landbouw en wonen zijn onderling met elkaar verweven en daarmee bepalend voor de cultuurhistorische waarde van het landschap. Dit maakt de gemeente tot een afwisselend geheel. Om dit alles in stand te houden, moeten agrariërs nu en in de toekomst rendabel kunnen ondernemen. Om rendabel te blijven en om aan de dierenwelzijnseisen te kunnen voldoen, willen veel bedrijven het aantal stuks vee en/of de stallen uitbreiden.
Agrariërs krijgen bij uitbreiding en wijziging van hun bedrijf te maken met de wettelijk verplichte afstanden tussen de bedrijven en geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen van derden).
Deze afstanden zijn binnen de gemeente Vijfheerenlanden vaak moeilijk te verenigen met de karakteristieke lintbebouwing binnen de gemeente.
Met inachtneming van diverse randvoorwaarden, zoals vaststelling van gemeentelijk beleid, inspraakprocedures en opnemen van het beleid in een gemeentelijke verordening, is het voor een gemeente mogelijk om voor (delen van) het gemeentelijk grondgebied verschillende normen of afstanden te hanteren met betrekking tot de geurhinder.
De onderhavige geurverordening ziet toe op veehouderijen waarvoor een vaste afstand geldt. Daarnaast is conform de geurverordening 2015 gemeente Leerdam een afwijkende geurnorm opgenomen voor het woningbouwplan Broekgraaf in Leerdam.
1.3Doelstelling
In de gemeente Vijfheerenlanden vormen een goede milieukwaliteit en de balans tussen wonen, recreatie en agrarische bedrijvigheid belangrijke doelstellingen. Daarnaast ondersteunt het verbinden van de kernen met het platteland de identiteit van de gemeente. Hierbij moet er voor de grondgebonden agrarische sector ruimte zijn voor ontwikkeling. Door het vaststellen van de geurverordening wordt (geur)ruimte gegeven voor versterking van de grondgebonden agrarische ontwikkeling.
1.4Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk twee van deze visie de wettelijke kaders beschreven die gelden voor geurhinder van agrarische bedrijven. In hoofdstuk drie wordt de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied geschetst, waarna in hoofdstuk vier de knelpunten en gemaakte keuzes aan bod komen. In hoofdstuk vijf worden de keuzes getoetst aan de criteria uit de Wgv. In hoofdstuk zes wordt afgesloten met de conclusie.