Toevoeging aan voorzieningen vinden plaats ten laste van de exploitatie en zijn gebaseerd op de noodzakelijk berekende omvang van de voorziening. Onttrekkingen worden rechtstreeks ten laste van een voorziening geboekt en blijven buiten de exploitatie.
Zoals eerder genoemd, is de vorming van voorzieningen alleen mogelijk op grond van gegronde redenen. Dit geldt ook voor mutaties: deze kunnen alleen plaats vinden als daarvoor gegronde (externe) redenen aanwezig zijn. Voorzieningen ter egalisatie van kosten zijn gebaseerd op vastgestelde beheerplannen, de toevoegingen worden in de begroting opgenomen. Daarnaast worden voorzieningen jaarlijks bij de jaarrekening geactualiseerd, zodat de noodzakelijke omvang van de voorziening gegarandeerd is. Indien een voorziening een omvang heeft bereikt die hoger is dan het noodzakelijke niveau, valt het meerdere vrij ten gunste van de exploitatie. Bij tekorten dienen de voorzieningen te worden aangevuld.
Toevoegingen aan voorzieningen vereisen een besluit van de gemeenteraad. Dit verloopt via de begroting of een wijziging daarop. De 'speelruimte' is bij voorzieningen uiteraard kleiner dan bij bestemmingsreserves. Bij bestemmingsreserves is sprake van 'willen', bij voorzieningen is sprake van 'moeten'. Opheffing van een voorziening is alleen mogelijk indien de redenen voor vorming van de voorziening zijn weggevallen. Voorzieningen worden opgeheven na een besluit van het college.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Toevoeging en aanwending voorzieningen
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen