Het verlenen van een garantstelling is een private rechtshandeling. Volgens artikel 160, lid 1-e van de Gemeentewet behoort uitoefening van private rechtshandelingen tot de bevoegdheid van het college. Aan het verlenen van garantstelling zijn financiële risico’s verbonden. De bevoegdheid tot het verlenen van garantstellingen ligt daarom bij de raad. Via de verordening ex art. 212 Gemeentewet (financiële verordening) heeft de raad het college bevoegd verklaard om garantstellingen te verlenen. Garantstellingen tot een bedrag van € 100.000 per aanvraag aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen kunnen door het college worden verleend. Voor garantstellingen van € 100.000 en hoger, is vooraf instemming van de raad noodzakelijk.
Garantstellingen die lopen via de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) worden van deze regel uitgezonderd. De bevoegdheid hiervan ligt geheel bij het college. De reden hiervoor is dat de gemeente een achtervangpositie inneemt, waardoor het risico beperkt blijft (zie ook § 4.6).
Het college is bevoegd om een garantstelling te verlenen tot € 100.000 per aanvraag aan door de raad goedgekeurde derde partijen. De bevoegdheid om garantstellingen te verlenen, die lopen via de WSW en waarbij de gemeente een achtervangpositie inneemt, ligt volledig bij het college.