Er kunnen goede redenen zijn om via garantstelling gemeentelijk beleid te ondersteunen. Tegelijkertijd is het van belang om kritisch naar deze regeling te kijken. Beleidsinstrumenten, zoals subsidies, die tot directe uitgaven leiden, zijn duidelijk zichtbaar in de begroting en zijn beperkt tot een maximum van uitgaven. Door het financieel onzekere c.q. voorwaardelijke karakter van garantstelling is dit niet het geval.
De financiële risico’s zijn slecht in te schatten, zijn onzeker en liggen daardoor hoger. Daarom geldt hiervoor het ‘nee, tenzij’-beleid.
Voor nieuwe garanties is het ‘nee, tenzij’-beleid van kracht.
Aanpassingen en verlengingen van bestaande regelingen vallen ook onder het beleid van de nieuwe garanties. Dat impliceert, dat garantstellingen die op grond van deze verordening niet voldoen aan de voorwaarden vallen onder een overgangsregeling, inhoudende dat voor de betreffende categorie leningen en uitzettingen geen nieuwe garantstellingen worden verstrekt en dat per 1 januari 2020 bestaande regelingen terzake worden afgebouwd.