1.1 Achtergrond en aanleiding
De afgelopen jaren is steeds meer gebleken dat er grenzen zijn aan de mogelijke inzet van gemeentelijke handhavers en politiefunctionarissen bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid in het publieke domein. Het cameratoezicht heeft daarom een grote vlucht genomen en dit wordt steeds vaker gebruikt als middel bij het handhaven van de openbare orde. Cameratoezicht is daarmee inmiddels een niet meer weg te denken instrument en steeds vanzelfsprekender geworden. Uit de Buurtpeiling Veiligheid (Kenniscentrum MVS, 2019) blijkt dat cameratoezicht in Vlaardingen over het algemeen ook positief wordt beoordeeld: 84% van de Vlaardingers is voorstander van cameratoezicht in de openbare ruimte en voor bijna 14% maakt het niet uit. Ruim 2% is tegenstander.
De wettelijke grondslag voor vast cameratoezicht 1 Vast cameratoezicht: camera’s die nagelvast en doorgaans voor lange duur op een specifieke plek worden aangebracht. in de publieke ruimte werd in 2005 vastgelegd in de Gemeentewet.2 Zie hoofdstuk 2 – Juridische Grondslag voor meer informatie. In 2010 stemde de gemeenteraad van Vlaardingen in met de invoering van vast cameratoezicht binnen het (uitgaans)centrum van de gemeente. Aanleiding was onder andere veel uitgaanspubliek in de openbare ruimte, de stijging van het aantal incidenten in het uitgaansgebied en signalen over drugshandel in het openbaar gebied. Het fysieke toezicht bleek niet voldoende om dit te kunnen voorkomen. In de jaren daarna zijn elf vaste camera’s geplaatst. In het najaar van 2018 is hiervan een evaluatie uitgevoerd. Uit het evaluatierapport (Cameratoezicht Rapportage 2010-2018) bleek dat de camera’s bijdragen aan het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Om die reden heeft de gemeenteraad in december 2018 ingestemd met het verlengen van dit cameratoezicht voor een periode van acht jaar (tot medio december 2026).3 Raadsvoorstel tot instemming met het voorgenomen besluit van de burgemeester het cameratoezicht te verlengen voor een periode van 8 jaar (1688389).
Ondertussen is de afgelopen jaren veel veranderd als het gaat om cameratoezicht in Nederland. Niet alleen de technische mogelijkheden van camera’s worden steeds geavanceerder, ook is bijvoorbeeld de wetgeving aangepast. Het bleek namelijk dat gemeenten behoefte hadden aan een meer flexibele inzet van cameratoezicht in de publieke ruimte. Dit om aanhoudende en zich verplaatsende overlast effectiever te kunnen aanpakken door de gerichte inzet van camera’s die met de overlast mee kunnen worden verplaatst. In maart 2016 heeft de Eerste Kamer daarom een wetsvoorstel aangenomen voor verruiming van de bevoegdheid van de burgemeester om cameratoezicht in te zetten, ofwel de wijziging van artikel 151c van de Gemeentewet. Die wijziging – die per 1 juli 2016 in is gegaan – houdt in dat de burgemeester, als de gemeenteraad hem/haar die bevoegdheid bij verordening heeft verleend:
naast vaste ook flexibele camera’s mag plaatsen ten behoeve van de openbare ordehandhaving
een gebied aanwijst waarbinnen camera’s – zowel vaste als flexibele – kunnen worden ingezet.
De wens om camera’s meer flexibel in te zetten is ook voor Vlaardingen van toepassing, bijvoorbeeld in situaties waar sprake is van tijdelijke en/of zich verplaatsende overlast, zoals bij jeugdoverlast of drugsoverlast. In het bovengenoemde evaluatierapport over cameratoezicht in Vlaardingen werd in 2018 al gerefereerd aan de inzet van flexibel cameratoezicht in Vlaardingen:
“De veranderde wetgeving op het gebied van cameratoezicht biedt mogelijkheden cameratoezicht flexibel in te zetten. In dit kader zal aandacht uitgaan naar nadere plaatselijke regelgeving op dit punt en eveneens instemming worden gezocht met de gemeenteraad ten aanzien van voorstellen hoe (en waar) deze vorm van flexibel cameratoezicht in de toekomst kan worden toegepast.”
Ook in de gemeenteraad is de afgelopen jaren meerdere malen gesproken over de technische en wettelijke mogelijkheden om camera’s meer flexibel in te zetten. Om die reden is in 2019 artikel 2:93 (Cameratoezicht op openbare plaatsen) van de APV aangepast.4 Raadsbesluit 1703845. Vastgesteld door gemeenteraad op 6 juni 2019. Daarmee heeft de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid gegeven om, in overeenstemming met artikel 151c van de Gemeentewet, tot plaatsing van zowel vaste als flexibele camera’s te besluiten.
Maar wanneer voert de burgemeester cameratoezicht wel in en wanneer niet? En als cameratoezicht wordt ingezet, is dat dan vast of flexibel cameratoezicht? En wanneer het wordt ingezet voor een bepaalde periode, continueert de burgemeester dit dan daarna of niet? Cameratoezicht is bovendien een kostbare maatregel en geen wondermiddel. Ook is cameratoezicht een ingrijpend middel en kan alleen worden ingezet als dit voor de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. Dit omdat cameratoezicht ook inbreuk maakt op grondrechten van personen, zoals de privacy. Mensen moeten immers niet onnodig worden bekeken als daar geen goede reden voor is. Anders gezegd: het moet worden beschouwd als ultimum remedium en mag niet lichtvaardig worden toegepast. Het is dus belangrijk om goed af te wegen of dit het juiste middel is om de openbare orde te handhaven. Er zijn op dit moment nog geen beleidsregels beschikbaar waarmee de burgemeester hierop eenduidig antwoord kan geven. De wijze waarop die afweging wordt gemaakt en hieraan invulling wordt gegeven door de burgemeester, wordt beschreven in deze beleidsregels cameratoezicht.
1.2 Relatie veiligheidsbeleid en Herstelplan
De ambitie in het gemeentelijk veiligheidsbeleid5 Integraal Veiligheidsplan 2020-2023. is dat Vlaardingen een aantrekkelijke en leefbare stad is waar inwoners, ondernemers en bezoekers veilig zijn, zich veilig voelen en bereid zijn samen met professionele partners de veiligheid te vergroten. Om die reden is veiligheid ook één van de vier geprioriteerde domeinen in het Herstelplan Voor een leefbaar en financieel gezond Vlaardingen. Met cameratoezicht kan extra toezicht worden gecreëerd en kunnen veiligheidsproblematieken zo snel en zo adequaat mogelijk worden aangepakt om de overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers van de stad te verminderen. Daarmee draagt het bij aan het verhogen en waarborgen van de veiligheid in Vlaardingen. In het Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2020 was opgenomen dat er beleidsregels voor cameratoezicht zouden worden ontwikkeld.
1.3 Doelstelling
Cameratoezicht inzetten is geen doel op zich, maar een aanvullend instrument om bij te dragen aan een veilige stad. Het draagt in belangrijke mate bij aan de ambities die zijn geformuleerd in het Veiligheidsbeleid en Herstelplan.
De doelstelling van deze beleidsregels is om vastgestelde richtlijnen te hebben in de afweging of cameratoezicht in de openbare ruimte bij de handhaving van de openbare orde een geschikte maatregel is en zo ja, in welke vorm en met welke duur dit cameratoezicht er moet komen. De beleidsregels zijn ook van toepassing als toetsingskader voor de huidige camera’s.
Het besluit om cameratoezicht in te zetten is altijd maatwerk, afhankelijk van de aard en omvang van de problematiek en de locatie. Dit vraagt niet om een gespecificeerde en gedetailleerde opsomming van wanneer camera's kunnen worden geplaatst. De beleidsregels zijn daarom ruim van opzet. Ze gelden als leidraad voor de toepassing van cameratoezicht in de gemeente Vlaardingen.
1.4 Reikwijdte beleidsregels cameratoezicht
Er zijn diverse vormen van cameratoezicht: publiek, privaat en opsporing. In deze beleidsregels gaat het om cameratoezicht op een publieke ruimte (openbare weg of een ander gebied waar iedereen altijd toegang toe heeft). Cameratoezicht op een private ruimte (een eigen woning, woonerf, bedrijf, winkel, overig privaat terrein) valt buiten de reikwijdte van deze beleidsregels cameratoezicht. Dit geldt ook voor verkeerscamera's, milieuzone-camera’s en bewakingscamera's van gemeentelijk eigendom. Ook de camera’s die in 2019/2020 in het havengebied zijn geplaatst door de Douane vallen buiten deze beleidsregels.6 Deze camera’s maken onderdeel uit van een netwerk aan camera’s dat is geplaatst van de Maasvlakte tot aan de Waalhaven, en van Vlaardingen en Hoek van Holland tot aan Rotterdam. Het doel hiervan is het tegengaan van drugscriminaliteit, illegale immigratie, mensenhandel en milieucriminaliteit. In bepaalde voorkomende situaties kan er cameratoezicht zijn op een publiek-private ruimte (waar overlap is tussen de openbare weg en een eigen grondgebied). In zo’n geval kan de gemeente een samenwerkingsverband aangaan bij de uitvoering van cameratoezicht. Bij publiek-privaat cameratoezicht is zowel het wettelijk kader van publiek als van privaat cameratoezicht van kracht. De beleidsregels raken uitsluitend het cameratoezicht op grond van de handhaving van de openbare orde.
1.5 Totstandkoming
De beleidsregels zijn samengesteld in afstemming met de politie en het Openbaar Ministerie (OM) en op basis van de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Artikel 1
- Inleiding
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent cameratoezicht