Naar hoofdinhoud
Ter verduidelijking van de in artikel 151d Gemeentewet en in artikel 2:94 van de APV gehanteerde methodiek en begrippen geldt, in navolging van en in lijn met hetgeen daarover is vermeld in de Memorie van Toelichting op de ‘Wet aanpak woonoverlast’ (wetsvoorstel 34 007), het volgende: Afbakening ten opzichte van andere bevoegdheden ter bestrijding van overlast vanuit een woning In de eerste plaats geldt dat het instrument van de gedragsaanwijzing van artikel 2:94 APV pas in beeld komt als andere reguliere bevoegdheden niet tot een oplossing leiden. Het is daarmee vooral de aard van de “ernstige en herhaaldelijke overlast” zelf die bepaalt welke bestuurlijke bevoegdheid kan worden aangewend. Bij drugsoverlast zal bijvoorbeeld een beroep kunnen worden gedaan op artikel 13b Opiumwet en bij bouwkundige gebreken komt de Woningwet in beeld. Als de ernstige hinder wordt veroorzaakt door gedragingen die strafbaar zijn op grond van het Wetboek van Strafrecht, wordt de casus voorgelegd aan en afgestemd met politie en Openbaar Ministerie. Hieronder worden de begrippen die in artikel 151d Gemeentewet en artikel 2:94 APV Vlaardingen staan toegelicht. “andere geschikte wijze” De burgemeester legt pas een gedragsaanwijzing op als er geen andere geschikte wijze is om een einde te maken aan de ernstige hinder (woonoverlast). Andere wijzen voor beëindiging van woonoverlast die geschikt kunnen zijn: toepassing van andere handhavingsbevoegdheden, het geven van een bestuurlijke waarschuwing, mediation, bemiddeling, coaching , hulpverlening of civielrechtelijke actie door verhuurder of Vereniging van eigenaren (VvE). De burgemeester heeft beleidsvrijheid bij het maken van de afweging of er wel of geen andere geschikte wijze (meer) is om de hinder te stoppen. De gedragsaanwijzing dient als ultimum remedium. Dit sluit aan bij de juridische vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. “woning of een bij die woning behorend erf” Onder woning wordt verstaan een voor bewoning gebruikte ruimte. Onder woning kan derhalve ook een boot, caravan, woonwagen e.d. worden verstaan. Onder een bij die woning behorend erf wordt verstaan de rest van het betrokken perceel, zoals een tuin en de gezamenlijke ruimte binnen de wooneenheid, zoals het portiek, de portiektrap, de buitenruimte, etc. “zorgplicht” In de APV is bepaald dat degene die een woning of erf gebruikt ervoor moet zorgdragen dat er geen gedragingen plaatsvinden die tot overlast of ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden impliceren. “de onmiddellijke nabijheid” Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan: gedragingen in de tuin van de buren, op het trottoir en/of op straat ter hoogte van of vlakbij de woning. Maatgevend voor de begrenzing is dat er een directe relatie moet zijn met de betreffende woning en het bijbehorende erf. “gebruiker van de woning of bijbehorend erf” Hieronder wordt verstaan degene die de woning feitelijk bewoont. Er hoeft geen sprake te zijn van een huurrechtelijke- of eigendomsrelatie met de woning en het erf. Ook hoeft er geen sprake te zijn van een rechtmatige gebruiker. Een illegale onderhuurder of een kraker van de woning valt ook onder het begrip. “tegen betaling in gebruik geven aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen is ingeschreven” De zorgplicht geldt ook ten aanzien van degene die een woning of erf tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de Basisregistratie Personen van de gemeente is ingeschreven. Deze bepaling heeft betrekking op hinder als gevolg van verhuur via websites als Airbnb ten behoeve van toeristisch verblijf en/of tijdelijk verblijf. Woningen worden dan meermaals voor korte perioden verhuurd aan toeristen. Als omwonenden hierdoor geregeld ernstige woonoverlast ervaren, heeft het opleggen van een last aan de huurder weinig zin, omdat de woning steeds voor een korte periode aan andere personen wordt verhuurd. Geregeld is dat het aanpakken van de verhuurder alleen mogelijk is bij ernstige overlast door huurders die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen. Daardoor valt reguliere verhuur door bijvoorbeeld woningcorporaties buiten de werking van deze regeling. De wettekst verzet zich er niet tegen deze regeling ook te gebruiken bij overlast door mensen die als tijdelijke arbeidskracht zijn gehuisvest en die niet altijd in de basisregistratie ingeschreven (hoeven te) staan. “gedragingen” Hieronder vallen de gedragingen van zowel de gebruiker zelf als van anderen die zich op het perceel of in de onmiddellijke nabijheid daarvan bevinden. Het kan gaan om bezoekers of gasten van de gebruiker, maar ook om een dier, bijvoorbeeld een hond die overlast veroorzaakt. ”omwonenden” Het gaat om bewoners die woonachtig zijn in de directe nabijheid van de woning en/of het bijbehorende erf van waaruit de overlast plaatsvindt. “ernstige en herhaaldelijke hinder” Het begrip ernstig slaat op de intensiteit van de hinder. De ernst van de hinder wordt vastgesteld aan de hand van regelgeving of de normen die naar objectieve maatstaven moet worden gezien als onredelijk en naar algemene maatschappelijke maatstaven als onaanvaardbaar moet worden beschouwd. De wetgever geeft geen definitie van het begrip ernstige hinder, maar heeft het omschreven met een niet limitatieve opsomming van gedragingen die zich als ernstige hinder kunnen voordoen. Een niet-limitatieve opsomming maakt het mogelijk om het begrip ruim toe te kunnen passen. Hinder kan zich immers voordoen in verschillende vormen en geen enkele vorm van hinder wordt op voorhand uitgesloten. Artikel 2:94, tweede lid, van de APV somt enkele niet-limitatief bedoelde vormen van ernstige hinder op. Met de term herhaaldelijk wordt gedoeld op het vereiste dat de ernstige hinder een terugkerend karakter heeft. Er wordt geen gedragsaanwijzing gegeven op basis van één incident. “gedragsaanwijzing” / “last onder bestuursdwang” / “last onder dwangsom” Ter bestrijding van ernstige woonoverlast is de burgemeester bevoegd tot het geven van een specifieke gedragsaanwijzing. In de gedragsaanwijzing staat omschreven welke hinder moet stoppen. Ook staat vermeld welke handelingen daarvoor moeten worden gedaan of nagelaten. Dit kan bijvoorbeeld inhouden: het beperken van het aantal bezoekers, een tijdsgrens instellen voor het ontvangen van bezoek, het muilkorven van een hond op eigen terrein of het stoppen van luide muziek. Een gedragsaanwijzing kan ook inhouden de verplichting om psychische of sociale hulp te zoeken of het volgen van een training agressiereductie. De gedragsaanwijzing neemt in juridische zin de vorm aan van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. De keuze voor een dwangsom of bestuursdwang wordt gemaakt aan de hand van de specifieke situatie en op basis van de afweging welke van de twee het snelst en het meest effectief zal zijn met in acht neming van de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Als blijkt dat een dwangsom geen succes heeft opgeleverd, dan kan alsnog een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Bij zowel bestuursdwang als een dwangsom wordt een begunstigingstermijn gegeven waarbinnen het redelijkerwijs haalbaar moet zijn om de ernstige, overlastgevende hinder te stoppen. De burgemeester is alleen dan bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom, indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een ander geschikte wijze kan worden tegengegaan. “tijdelijk huisverbod” Binnen het brede palet van mogelijke gedragsaanwijzingen als bestuursrechtelijke herstelsanctie is het uitvaardigen van een tijdelijk huisverbod een ‘ultimum remedium’. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de Wet tijdelijk huisverbod. Dit huisverbod geldt voor tien dagen, met de mogelijkheid van verlenging tot in totaal vier weken bij ernstige vrees voor verdere overtredingen. Het verbod kan alleen worden opgelegd aan meerderjarigen. Degene aan wie een tijdelijk huisverbod is opgelegd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het voorzien in alternatieve huisvesting. Alleen op grond van humanitaire overwegingen kan de gemeente afwijken van dit beginsel en voorzien in opvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel