Hieronder staat op hoofdlijnen beschreven hoe de procedure verloopt die kan leiden tot een gedragsaanwijzing en hoe de toepassing ervan verloopt.
Stap 1: Melding ernstige woonoverlast
Signalen of meldingen van ernstige woonoverlast kunnen de gemeente via diverse wegen bereiken. Omwonenden of anderen kunnen woonoverlast zelf rechtstreeks melden. Maar meldingen kunnen ook via de politie, de woningcorporatie, het wijkteam of één van de andere samenwerkingspartners van de gemeente binnenkomen.
Als de melding betrekking heeft op overlast die wordt veroorzaakt uit een huurwoning of de woning onderdeel uitmaakt van een Vereniging van Eigenaars (VvE), dan wordt de melder in eerste instantie doorverwezen naar de verhuurder of de VvE. De gemeente (regisseur aanpak woonoverlast) onderhoudt contact met de betreffende verhuurder/VVE om het verdere verloop van de melding te monitoren.
Stap 2: Verificatie van de melding en afstemming
Meldingen die bij de gemeente binnenkomen worden geverifieerd. Belangrijk is immers om de precieze aard en omvang van de woonoverlast vast te stellen. Dit betekent onder meer dat onderzocht wordt of de overlast en/of overlastgever bekend is bij gemeente, politie of andere hulpverlenings-instanties, zoals wijkteam, Minters, GGZ en Antes en er wordt nagegaan welke stappen al zijn genomen om de overlast te stoppen.
Criteria voor de beoordeling van ernstige woonoverlast, en mogelijke inzet van de bevoegdheden van artikel 2:94 APV zijn:
De overlast is gerelateerd aan wonen, en levert ernstige verstoring van het woongenot op;
Er is sprake van regelmatige en voortdurende overlast;
Er zijn meerdere klachten;
De ernstige woonoverlast kan niet met andere instrumenten tot een einde worden gebracht (andere passende en minder ingrijpende instrumenten staan niet ter beschikking, zijn tevergeefs toegepast of niet toepasbaar).
In het 2-wekelijks casusoverleg woonoverlast 1 Binnen dit overleg wordt de aanpak gecoördineerd van de meest ernstige gevallen van woonoverlast. De regie wordt gevoerd vanuit de gemeente. Partners hierin zijn politie, woningcorporaties en het wijkteam. worden alle meldingen van ernstige woonoverlast besproken.
Stap 3: Dossiervorming
Om rechtmatig en effectief in te kunnen grijpen bij ernstige en herhaaldelijke woonoverlast moet een dossier (door de gemeente) worden aangelegd. Het dossier kan, uiteraard afhankelijk van de situatie, de volgende informatie bevatten:
meldingen/klachten van omwonenden;
waarnemingen van toezichthouders en opsporingsambtenaren (processen-verbaal, rapportages, meetverslagen);
eventueel eerder ondernomen stappen;
adviezen/bevindingen van hulpverleningsinstanties;
bestuurlijke meldingen/rapportages van de politie (sfeerrapportages).
Stap 4: Inventarisatie van mogelijke (andere) interventies en maatregelen
Welke vorm van interventie of maatregel mogelijk en passend is, is geheel afhankelijk van de concrete situatie. Het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom is een ‘ultimum remedium’. Daarom wordt eerst beoordeeld of er geen andere geschikte wijze is om de overlast tegen te gaan.
Na dossieropbouw wordt bekeken welke (andere) interventies of maatregelen kunnen worden ingezet om de geconstateerde ernstige woonoverlast te de-escaleren, normaliseren en te beëindigen. Daarbij wordt uitdrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden die bestaande wetgeving biedt. In dit stadium is de inzet van interventies op vrijwillige basis (aantoonbaar en vastgelegd in een dossier) een gepasseerd station, en worden gedwongen interventies ingezet.
Er geldt in beginsel een voorkeursvolgorde. Uitgangspunt is dat een volgende interventie pas aan de orde is indien de aanpak van de overlastsituatie met toepassing van andere wettelijke bevoegdheden of instrumenten niet mogelijk is of niet effectief is én een eerdere, minder ingrijpende interventiemaatregel niet tot het gewenste resultaat leidt (het effectief tegengaan van de ernstige en herhaaldelijke woonoverlast). De opbouw, van licht naar zwaar, is op hoofdlijnen als volgt:
een “goed gesprek”,
de inzet van buurtbemiddeling of mediation,
het inzetten van hulp of zorg passeert in geval van schulden, psychische problemen, verslaving, strafbare feiten of andere problematiek als eerste de revue,
indien mogelijk, wordt in dergelijke gevallen hulp of zorg ingezet binnen de daarvoor geldende kaders,
mogelijke inzet van andere wettelijke bevoegdheden of instrumenten2 Bij drugsoverlast zal bijvoorbeeld een beroep worden gedaan op artikel 13b Opiumwet en bij bouwkundige gebreken komt de Woningwet in beeld. ,
een schriftelijke waarschuwing, eventueel voorafgegaan door een waarschuwingsgesprek (zie stap 5),
het opleggen van een gedragsaanwijzing (zie stap 6).
Afhankelijk van de ernst en omvang van de situatie kan worden afgeweken van deze opbouw.
Maatregelen woningcorporatie (bij huurwoningen)
In geval van huurwoningen is de woningcorporatie in eerste instantie in de lead om woonoverlast aan te pakken. Op basis van het huurrecht kan de verhuurder een overlastpleger waarschuwingen geven, fysieke maatregelen nemen, een vrijwillige gedragsaanwijzing aanbieden en naar de rechter stappen voor een gedragsaanwijzing of voor beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Indien de bevoegdheden van de woningcorporatie niet afdoende zijn, of niet toepasbaar zijn voor de specifieke situatie, of in zeer urgente gevallen, kan een beroep worden gedaan op de burgemeester. De gemeente (regisseur aanpak woonoverlast) houdt hierover nauw contact met de betreffende woningcorporatie.
Stap 5: Waarschuwing
Als blijkt dat de stappen op vrijwillige basis, de bevoegdheden van de woningcorporatie en andere wettelijke kaders niet afdoende of toepasbaar zijn voor de specifieke situatie, kan de burgemeester besluiten tot inzetten van bevoegdheden op grond van artikel 2:94 APV (artikel 151d Gemeentewet). Alvorens een gedragsaanwijzing te geven, geeft de burgemeester een schriftelijke ‘bestuurlijke waarschuwing’ aan degene(n) die de ernstige hinder moet(en) stoppen. In de waarschuwing staat welk hinderlijk gedrag – en wanneer dat uiterlijk – moet worden gestopt. Ook staat er in dat, als er geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing, een gedragsaanwijzing onder bestuursdwang volgt, waarbij de kosten van de bestuursdwang worden verhaald op de overlastgever/overtreder van de zorgplicht (zie onder 9). Afhankelijk van de ernst en omvang van de situatie kan in plaats van een waarschuwing ook meteen een dwangsom worden opgelegd. Een waarschuwing maakt dus geen onlosmakelijk deel uit van het sanctieregime.
Stap 6: Inzet bevoegdheden artikel 2:94 APV / opleggen van een gedragsaanwijzing
Indien ook een waarschuwing door de burgemeester niet tot het gewenste resultaat leidt, geeft de burgemeester de gedragsaanwijzing.
Criteria voor de maatregelen of gedragsaanwijzingen artikel 2:94 APV zijn:
De opgelegde maatregelen of gedragsaanwijzingen zijn toegesneden op de kenmerken van het individuele geval, en sluiten qua aard en intensiteit zo goed mogelijk aan bij de aard en de ernst van de overtreding van de zorgplicht.
Het moet in het vermogen van de betrokkene liggen om de hinderlijke gedragingen te beëindigen. Ook moet het in diens vermogen liggen om aan de eventueel opgelegde last te kunnen voldoen. Dit vloeit voort uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Soms wordt de overlast veroorzaakt door mensen met zeer ernstige psychische problematiek of een ernstig geestelijke beperking. Het is mogelijk dat zij, door hun psychische gesteldheid, niet bij machte zijn de overlastgevende gedragingen te staken. Een gedragsmaatregel op grond van deze wet is dan mogelijk niet voldoende of geen passende maatregel ter beëindiging van de overlast.
Bij het opleggen van een dwangsom wordt rekening gehouden met de prikkel die moet uitgaan om de opgelegde maatregel uit te voeren.
De nadelige gevolgen van de last mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de last te dienen doelen.
Verwarde en/of kwetsbare personen
Om overlast door kwetsbare en/of verwarde personen doeltreffend aan te pakken is het van belang dat de juiste zorg en begeleiding wordt geleverd. Daarom is er afstemming met de diverse zorgpartners. Primaire inzet bij verwarde en/of kwetsbare personen is het inzetten van zorg of hulp. Indien de inzet van zorg of hulp de overlast niet doet beëindigen of verminderen of de zorg of hulp door de betrokkene wordt geweigerd, dan kan overgegaan worden tot het opleggen van een gedragsaanwijzing. Er kan alleen een gedragsaanwijzing worden opgelegd aan een kwetsbare en/of verwarde persoon, als het in het vermogen van de betrokkene ligt om de gedragsaanwijzing op te volgen. In het geval van gevaarzetting als gevolg van een geestesstoornis bestaan er mogelijkheden om een persoon gedwongen zorg op te leggen (vanaf 1 januari 2020 geregeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang).
De aanwijzing is een besluit in de zin van het bestuursrecht. Dat betekent onder andere dat de aanwijzing vatbaar is voor bezwaar en beroep.
Als sprake is van een situatie waarin het opleggen van een gedragsaanwijzing tot de mogelijkheden behoort, vindt afstemming plaats tussen de politie en de gemeente. In geval van een huurwoning wordt ook de woningcorporatie geconsulteerd.
In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld als direct optreden van overheidswege nodig wordt geacht, of wanneer op voorhand duidelijk is dat een last onder dwangsom niet of niet voldoende effectief zal zijn, kan direct worden gekozen voor het daadwerkelijk toepassen van bestuursdwang.
Stap 7: Controle op nakoming van de gedragsaanwijzing
Nadat een gedragsaanwijzing is opgelegd, moet worden nagegaan of er gevolg aan wordt gegeven. Het toezicht op de naleving van de gedragsaanwijzing is een taak van de gemeentelijk BOA’s en politieambtenaren. Ook wordt hiervoor gebruik gemaakt van informatie van de melders, omwonenden en betrokken instanties. Als blijkt dat geen gevolg is gegeven aan de aanwijzing, wordt de volgende stap gezet.
Stap 8: Vervolgstap bij niet nakomen van de gedragsaanwijzing
Als geen gevolg is gegeven aan de last onder bestuursdwang, effectueert de gemeente de last. Als er een dwangsom is opgelegd, maar niet (geheel) wordt nageleefd, dan is de dwangsom verbeurd. Als in eerste aanleg gekozen wordt voor opleggen van een dwangsom en dit niet leidt tot het beëindigen van de hinder, dan kan een nieuwe dwangsom worden opgelegd of kan alsnog een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Als de bestuurlijke sanctie is uitgewerkt en de overlast duurt voort, dan wordt beoordeeld of het opleggen van een nieuwe bestuurlijke sanctie nodig is. Indien nodig wordt ingezet op het ultimum remedium uit artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet: het tijdelijke huisverbod.
Artikel 7.
Procedurele aanpak / stappenplan
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent de aanpak van woonoverlast