De ODH heeft voor de beoordeling van de volledigheid een checklist opgesteld op basis van een hoog ambitieniveau. Deze is weergegevens als bijlage 2.
Standaard volledigheidstoets AIR
Alle AIR-rapporten worden beoordeeld op volledigheid. Door een globale scan ontstaat een beeld of alles is onderzocht of dat niet alles is onderzocht wat is gemeld. De standaardtoets van het AIR op volledigheid op basis van het wettelijk minimumniveau betreft de navolgende onderdelen (uit de checklist in bijlage 2):
1.01/02/03/04/05/06:
certificering en accreditering en het in- en externe toezicht daarop afdoende georganiseerd en gegarandeerd. Het gaat alleen om een visuele check op volledigheid; het is nadrukkelijk geen check op juistheid van de inhoud (beoordeling volledigheid op basis van vertrouwen).
1.03
Tekst ‘en is zijn/haarcertificaatnummer vermeld’ vervallen: want dit is meer dan het wettelijk minimum.
1.20
Check of het onderwerp in het AIR is opgenomen, geen inhoudelijke beoordeling, dat is inhoudelijke kwaliteitstoets in het kader van artikel 22 certificatieschema.
1.25
Check of het onderwerp in het AIR is opgenomen, geen inhoudelijke beoordeling, dat is inhoudelijke kwaliteitstoets in het kader van artikel 22 certificatieschema.
Op grond van bestaande ervaringen en praktijk wordt bij het wettelijk minimum 90-95% van de meldingen alleen op deze wijze getoetst.
Overig
Daarnaast zal op basis van in de praktijk opgedane ervaringen met de gecertificeerde asbestsaneerders een beeld over de geleverde kwaliteit van rapporten beschikbaar zijn/komen. Bij twijfel aan de inhoudelijke juistheid van het AIR, stuurt de ODH het AIR door naar de Inspectie SZW.
Plus-optie
Een deelnemer kan er vrijwillig voor kiezen alle AIR diepgaander te laten beoordelen op bovenstaande onderdelen of op meer onderdelen. De ODH kan dit als een plus-taak aanbieden aan de deelnemers.
Bij de 5-10% van de meldingen moet diepgaander naar het AIR worden gekeken, namelijk:
Bij asbestsaneringen die minder frequent voorkomen (bijvoorbeeld een verwijdering van spuitasbest);
Een sanering vanwege een asbestbesmetting in/rond een gebouw met effecten voor de leefomgeving;
Als uit de standaardvolledigheidstoets (AIR) onregelmatigheden blijken met een potentieel risico voor de leefomgeving2 Het AB ODH van 24 juni 2020 heeft besloten dat het AIR in uitzonderingssituaties diepgaander beoordeelt kan worden. De ODH zal de diepgaande toets uitvoeren binnen vastgestelde bedrag voor de taakoverdracht van de deelnemer..
Het RIVM en de GGD Haaglanden stellen dat de gezondheidsrisico’s voor de leefomgeving verwaarloosbaar klein zijn. Wel wordt aangegeven dat de blootstelling aan asbestvezels zo veel mogelijk moet worden voorkomen. Daarom is het tevens van belang bij deze saneringen te bezien of een veiligheidsplan noodzakelijk is (bevoegdheid gemeente). Hetzelfde geldt voor asbestsaneringen in een gebouw gelegen in een dichtbevolkte omgeving met de aanwezigheid van kwetsbare groepen (kinderen, ouderen, zieken, enz.) of met relatief veel bezoekers/ persoonsbewegingen.
De ODH beoordeelt daarom in de genoemde gevallen het AIR tevens op de volgende onderdelen uit bijlage 2:
Zijn de reikwijdte en de geschiktheid aangegeven. Komt dit overeen met de uitwerking van de rapportage en bevat de samenvatting een nadere specificatie?
Bevat het inventarisatierapport foto’s waaronder per toepassing ten minste een overzichtsfoto en een detailfoto van de plaats waar het monster is genomen?
Is voor al het aangetroffen asbesthoudende materiaal aangegeven of er specifieke opmerkingen zijn voor het veilig verwijderen van het materiaal?
Is bij aangetroffen beschadigd asbestverdacht materiaal de omvang en mate van beschadiging bepaald?
Is bij aangetroffen beschadigd asbestverdacht materiaal de omvang van de verspreiding van de visueel waarneembare restanten bepaald?
Bevat het inventarisatierapport een tekening met daarop aangegeven de locaties en afmetingen van alle onderzochte ruimten, gebieden of installaties, de locaties van de aangetroffen asbesthoudende materialen en de monstername?
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1