Naar hoofdinhoud
Er zijn twee soorten gehandicaptenparkeerplaatsen: Een gehandicaptenparkeerplaats-algemeen (GPA) Een individuele gehandicaptenparkeerplaats-op-kenteken 2.2.1 Gehandicaptenparkeerplaats-algemeen Een gehandicaptenparkeerplaats-algemeen is niet speciaal aan het kenteken van een bepaald voertuig gekoppeld, maar is een parkeervoorziening waar elk voertuig mag worden geparkeerd dat is voorzien van een gehandicaptenparkeerkaart. Voor overige voertuigen geldt tijdens de werkingstijden van de GPA een parkeerverbod. Bij publieke voorzieningen zoals bioscoop, bibliotheek en gemeentehuis moet minimaal 5% van de parkeerplaatsen algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn. Deze parkeerplaatsen moeten zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw liggen. De afstand tot de ingang moet minder dan 100 meter zijn. Dit is de norm voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart. Voor openbare gebouwen, voor bestemmingen die voor mensen met een handicap toegankelijk zijn en voor aangepaste woningen moet tenminste één aangepaste parkeerplaats op minder dan 50 meter aanwezig zijn. Voor grote (openbare) parkeerterreinen en –garages geldt een verhouding van één aangepaste parkeerplaats op 50 gewone parkeerplaatsen. Het werkelijke aantal van deze plaatsen is afhankelijk van de vraag en kan door monitoring, overleg met lokale gehandicaptenorganisaties en evaluatie van de situatie bepaald en eventueel aangepast worden. 2.2.2 Individuele gehandicaptenparkeerplaats-op-kenteken Een individuele gehandicaptenparkeerplaats-op-kenteken kan in de nabijheid van de woning en/of van het werk worden aangelegd. Deze parkeerplaats is gekoppeld aan het kenteken van het voertuig. Verstrekking van gehandicaptenparkeerplaatsen aan instellingen is niet toegestaan. Zij kunnen wel een verzoek indienen tot plaatsing van een algemene gehandicaptenparkeerplaats.

Rechtspraak bij dit artikel