Naar hoofdinhoud
2.3.1 Persoonlijke criteria Voor een gehandicaptenparkeerplaats-op-kenteken (GPP) kunnen in aanmerking komen: bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 50 meter aan een stuk te voet te overbruggen; passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 50 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder; Zie hiertoe ook paragraaf 1.4.2. bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek permanent rolstoelgebonden zijn; bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, andere dan bedoeld onder a en b, die ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen hebben; Zie hiertoe ook paragraaf 1.4.1 punt drie. Naast de hiervoor genoemde criteria geldt: Voor de gehandicaptenparkeerplaats voor bestuurders dat De aanvrager in de gemeente woont of werkt waar de aanvraag voor de voorziening wordt ingediend; De aanvrager reeds over een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurder beschikt die nog minimaal 6 maanden geldig is op het moment van de aanvraag of voor deze kaart in aanmerking kan komen; De aanvrager zelf over een auto moet beschikken; De aanvrager zelf in die auto moet rijden en dus een geldig rijbewijs heeft; De aanvrager niet zelf over parkeer- of stallingsruimte bij of nabij zijn woonadres beschikt; Nabij het woonadres van de aanvrager onvoldoende openbare parkeerruimte aanwezig is. Voor de gehandicaptenparkeerplaats voor passagiers dat De aanvrager in de gemeente woont of werkt waar de aanvraag voor de voorziening wordt ingediend; De aanvrager reeds over een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers beschikt die nog minimaal 6 maanden geldig is op het moment van de aanvraag of voor deze kaart in aanmerking kan komen; De huisgenoot van de aanvrager over een auto moet beschikken en de bestuurder is van deze auto. De huisgenoot moet beschikken over een geldig rijbewijs en er moet sprake zijn van een gemeenschappelijke huishouding; De aanvrager niet zelf over parkeer- of stallingsruimte bij of nabij zijn woonadres beschikt; Nabij het woonadres van de aanvrager onvoldoende openbare parkeerruimte aanwezig is. Voor de gehandicaptenparkeerplaats op het werkadres dat De werknemer die de aanvraag indient in dienst is bij het bedrijf waar de parkeerplaats aangelegd moet worden; Het bedrijf blijkens een uittreksel van de Kamer van Koophandel gevestigd is in de Gemeente Noordoostpolder op het adres waarvoor de parkeerplaats is aangevraagd; De werknemer voor wie de plaats is aangevraagd kentekenhouder is van het motorvoertuig en in het bezit is van een geldig rijbewijs en Europese gehandicaptenparkeerkaart die nog minimaal 6 maanden geldig is op de datum van de aanvraag; De vestiging van het bedrijf dat de aanvraag doet niet over een geschikte eigen parkeergelegenheid beschikt waar de gehandicapte werknemer kan parkeren. 2.3.2 Parkeerdruk Een voorwaarde om voor een gehandicaptenparkeerplaats in aanmerking te komen is dat er hoge parkeerdruk binnen een straal van 50 meter vanaf de woning is. Het begrip parkeerdruk geeft aan hoeveel parkeerruimte er op een bepaald moment bezet is. Een verkeerskundige meet de parkeerdruk bij het woon- of werkadres van de aanvrager. Dit doet hij door de situatie ter plekke te bekijken, de parkeerbalans op te stellen en een onderzoek in te stellen op basis van de laatste normen van de ASVV (aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom van het CROW).

Rechtspraak bij dit artikel