De Gemeente Leusden kijkt bij de toetsing van Bureauonderzoeken of deze voldoen aan de in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) gestelde minimale kwaliteitseisen. Bij de beoordeling worden tevens de hieronder beschreven richtlijnen gehanteerd. Ze zijn ontwikkeld ter verduidelijking van, en aanvulling op, de eisen en specificaties zoals vermeld in de geldende versie KNA.

Deze Richtlijnen zijn bestemd voor bedrijven, organisaties en particulieren die archeologisch bureauonderzoek (laten) uitvoeren in de gemeente Leusden.

  • - Ter toetsing wordt een conceptversie van het rapport aangeleverd aan het bevoegd gezag.
  • - Het concept-rapport wordt bij voorkeur digitaal aangeleverd.
  • - In het concept-rapport wordt duidelijk vermeld dat het een conceptversie betreft (inclusief conceptversie-nummer en datum).
  • - De definitieve versie van het rapport kan pas worden opgesteld ná inhoudelijke goedkeuring door het bevoegd gezag.
  • - Het definitieve rapport wordt analoog én digitaal aangeleverd.
  • - De uitvoerder en de authorisator (senior archeoloog/prospector) van het onderzoek worden in het rapport vermeld.
  • - In het rapport dient duidelijk vermeld te zijn dat het de definitieve versie betreft, inclusief de naam van de deskundige die het rapport inhoudelijk heeft getoetst en de datum van goedkeuring.
  • - De oppervlakte van het plangebied én het onderzoeksgebied worden specifiek vermeld. Verschil in omvang moet toegelicht worden.
  • - De begrenzing van het plangebied én het onderzoeksgebied wordt weergegeven op een recente topografische kaart, op relevante schaal.
  • - De voorgenomen inrichting en de aard, omvang en diepte van de daarbij geplande bodemingrepen wordt vermeld en indien relevant op kaart aangegeven.
  • - De RO-procedure (voor zover van toepassing) in het kader waarvan het onderzoek is uitgevoerd wordt vermeld.
  • - De geologische kaart 1:50.000, de geomorfologische kaart 1:50.000 en de bodemkaart 1:50.000 worden altijd geraadpleegd. Indien een kaartblad niet uitgegeven is wordt dit nadrukkelijk vermeld.
  • - Van de geraadpleegde kaarten wordt vermeld en toegelicht welke kaarteenheden in en om het plangebied voorkomen en wordt (indien relevant) ter verduidelijking een afbeelding opgenomen in het rapport.
  • - Eventueel beschikbare andere bronnen met (gedetailleerde) informatie over de geologische, geomorfologische of bodemkundige gesteldheid van het plangebied (bijv. uit bodemkundig- of milieuonderzoek, luchtfoto’s) worden geraadpleegd.
  • - Bij in de regio actieve werkgroepen van amateurarcheologen en historische verenigingen dient navraag gedaan te worden of deze aanvullende informatie hebben met betrekking tot het plangebied, zoals nog niet gemelde vondsten. De geraadpleegde personen en de eventueel verstrekte aanvullende informatie dienen in het rapport opgenomen te worden. Lijst met contactpersonen van archeologische werkgroepen is te raadplegen via www.stamu.nl.
  • - Bij de Provincie Utrecht (Ton van Rooijen, 06-18300526) en de gemeente dient navraag te worden gedaan naar nog niet in Archis opgenomen vondstmeldingen.
  • - Bij het Centrum voor Archeologie Amersfoort wordt navraag gedaan of zij aanvullende informatie hebben met betrekking tot het plangebied, zoals nog niet gemelde vondsten. De geraadpleegde personen en de eventueel verstrekte aanvullende informatie worden in het rapport opgenomen.
  • - Gemeentelijke archeologische verwachtings- of beleidsadvieskaarten worden geraadpleegd en opgenomen in het rapport. De IKAW dient niet meer gehanteerd te worden!
  • - Eventueel beschikbare andere bronnen zoals de Archeologische Kroniek Utrecht en ‘grijze’ literatuur worden tevens geraadpleegd. Lijsten van rapporten en van tijdschriftartikelen zijn te raadplegen via www.stamu.nl.
  • - Van de te verwachten vindplaatsen wordt – per archeologisch relevante niveau – altijd minimaal de datering, het complextype, de omvang, de diepteligging en de (prospectie)kenmerken vermeld.
  • - De onder a) genoemde onderdelen worden helder en overzichtelijk gepresenteerd, bij voorkeur in een tabel.
  • - Delen van het rapport als de samenvatting en de verklarende woordenlijst zijn specifiek bedoeld voor de opdrachtgever en zijn de verantwoordelijkheid van de opsteller van het rapport. Deze delen van het rapport worden niet getoetst en mogen geen unieke of afwijkende informatie bevatten.
  • - De rapporttitel bevat een directe verwijzing naar het plangebied, de gemeente en de uitgevoerde KNA-onderzoeksfase(n).
  • - In het rapport dient expliciet de doel- en vraagstelling voor het onderzoek te worden geformuleerd.
  • - Het rapport is voorzien van relevant kaartmateriaal en relevante afbeeldingen.
  • - Alle kaarten en afbeeldingen zijn voorzien van de begrenzing van het plangebied en onderzoeksgebied.
  • - Het uitgevoerde onderzoek, de resultaten, de analyse en de conclusie en aanbevelingen moeten toetsbaar en controleerbaar zijn; de rapportage dient daarom helder en volledig te zijn en voorzien van alle relevantie informatie.
  • - Het rapport bevat een overzicht van alle geraadpleegde literatuur en bronnen, inclusief kaarten, digitale bronnen en geraadpleegde archieven, instellingen en personen.
  • - In het rapport wordt, indien relevant, een kaart (of kaarten) opgenomen met daarop aangegeven de resultaten van het onderzoek. De geplande bodemingrepen worden, indien relevant, hierop ook aangegeven.
  • - Indien de gespecificeerde archeologische verwachting afwijkt van de gemeentelijke verwachtingskaart, moet dit worden vermeld en toegelicht.
  • - Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd, wordt dit (indien relevant) weergegeven op een advieskaart, met daarop de nader te onderzoeken delen van het plangebied en de voorgestelde methode van onderzoek.
  • - Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd, wordt specifiek vermeld welk onderzoek (KNA-onderzoeksfase(n)), inclusief beargumentatie, en welk doel dat vervolgonderzoek heeft.

Een veldinspectie (terreininspectie) maakt deel uit van het bureauonderzoek; de resultaten daarvan worden specifiek vermeld in het rapport. Indien er bij de inspectie (controle)boringen worden gezet, valt dit onder het Inventariserend Veldonderzoek.

Voor vragen over bovenstaande richtlijnen kan contact op worden genomen met het Centrum voor Archeologie (CAR) van de gemeente Amersfoort (033-463 77 97 / archeologie@amersfoort.nl). Het CAR is archeologisch adviseur van de gemeente Leusden.