De parkeerbehoefte is de vraag naar het aantal parkeerplaatsen dat een bepaalde functie met een bepaalde omvang heeft. Deze parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van een aantal deelstappen:
Bepalen functie
Bepalen oppervlakte/aantal per functie
Vermenigvuldiging oppervlakte/aantallen met parkeernorm
Vermenigvuldig met aanwezigheidspercentages per functie en maatgevende periode
Bepalen functie
Allereerst dienen de functies binnen een plan bepaald te worden. Voor een groot aantal functies is een parkeernorm bepaald. Indien de geboden functie niet past binnen één van de functies waarvoor een parkeernorm is bepaald, dan zal maatwerk geleverd moeten worden aan de hand van onderzoek naar de concrete parkeerbehoefte. Voor zover dat mogelijk is zal daarbij in beginsel aansluiting worden gezocht bij een functie die het beste aansluit bij/lijkt op de desbetreffende functie. Uitgangspunt blijft daarbij dat de parkeerbehoefte moet kunnen worden opgelost.
Voorbeeld Er is geen CROW-kencijfer voor recreatie- en of vakantieparken. Er is daarom ook geen parkeernorm ontleend voor deze functie. Uit eigen onderzoek blijkt dat een acceptabele parkeernorm ca. 1,5 per chalet/recreatiewoning is. De gemeente past deze norm vervolgens toe (deze is nu ook opgenomen in deze nota).
Hiermee dienen de benodigde aantallen of oppervlaktes (al naar gelang de norm voorschrijft) die invloed hebben op de parkeerbehoefte bepaald te worden.
Het is mogelijk dat binnen een bepaalde bestemming meerdere functies mogelijk zijn met een uiteenlopende parkeerbehoefte. De functie met de meeste parkeerbehoefte is in dat geval bepalend.
Bepaal oppervlakte/aantal per functie
Het is van belang om goed in beeld te brengen wat de exacte oppervlakte of het aantal eenheden is per functie dat ontwikkeld wordt. Dit is nodig omdat deze maat in een volgende stap vermenigvuldigd wordt met een parkeernorm.
Het bepalen van de oppervlakte/eenheid is per situatie maatwerk. Er wordt alleen rekening gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van het plan, inclusief functiewijziging. De bestaande bebouwing die gehandhaafd blijft en geen functiewijziging ondergaat, wordt daarom niet meegenomen in de berekening van de parkeerbehoefte. (Het gaat daarbij uiteraard wel uitsluitend om bestaande permanente legale bouwwerken).
Een tuincentrum wil het bestaande oppervlak van 3000 m2 uitbreiden met 1500 m2. Bij zo’n voorziening wordt gewerkt met een parkeernorm van 2,7 parkeerplaats per 100 m2. Het tuincentrum beschikt in de huidige situatie over 40 parkeerplaatsen.
De betreffende gemeente eist bij het bouwplan een totaal aantal van 112 parkeerplaatsen (4500 x 2,5 x 0,01) voor het nieuwe tuincentrum.
Hier lijkt een parkeereis van 41 extra plaatsen rechtvaardiger (alleen voor de uitbreiding, 1500 x 2,7 x 0,01). Het totaal aantal parkeerplaatsen komt dan op 81.
Overigens moet in zo’n geval de initiatiefnemer wel bewijzen (bijvoorbeeld met een parkeeronderzoek) dat de extra parkeerplaatsen die er komen ook daadwerkelijke nieuwe parkeerplaatsen zijn. Het kunnen uiteraard geen parkeerplaatsen zijn die nu ook al feitelijk gebruikt worden als parkeerplaatsen. Er moet dus duidelijk en overtuigend aangetoond worden waar het parkeren ten behoeve van de huidige parkeervraag plaatsvindt.
Salderen
Bij het berekenen van de parkeervraag moet bij een nieuwe planologische ontwikkeling waarin wordt voorzien in een bestemmingsplan, (project)omgevingsvergunning of ander planologisch besluit (incl. functiewijziging) niet alleen rekening worden gehouden worden met het nieuwe gewijzigde plan, maar ook met de oude, bestaande functie. Dit wordt ‘het salderen van de parkeervraag’ genoemd. Bij salderen mag de parkeervraag van het nieuwe ruimtelijke plan met de parkeervraag van de reeds bestaande situatie verminderd worden. Voor de bestaande situatie zijn er immers al parkeerplaatsen aanwezig.
Hierbij moet ook gekeken worden naar de aanwezigheidspercentages. Het maatgevende moment (het moment waarop de parkeerbehoefte maximaal is), kan voor het nieuwe plan namelijk op een ander moment liggen dan voor het reeds bestaande (en oude) situatie. Dit is bijvoorbeeld het geval als een school voor basisonderwijs wordt omgebouwd naar een winkel.
Het is van belang om bij het salderen uit te gaan van dezelfde bandbreedte voor de verschillende functies. Met andere woorden: het berekenen van de parkeervraag van de oude functie door aan de bovenkant van de bandbreedte (hoge parkeervraag) te zitten terwijl de parkeervraag van de nieuwe functie wordt berekenend met inachtneming van de onderkant van de bandbreedte (lage parkeervraag), is niet toegestaan.
Salderen is overigens zowel van toepassing op de parkeervraag als op het parkeeraanbod. Dit betekent dat als bij een verbouwingsproject parkeerplaatsen vervallen, deze eveneens in de parkeerbalans meegenomen moeten worden.
Voor zover bij een bestaande functie parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden benut, mogen op grond van deze nota bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die parkeerplaatsen in de openbare ruimte niet zonder meer worden “meegerekend” bij het salderen. Het uitgangspunt van deze nota is immers dat de parkeerbehoefte vanwege een ruimtelijke ontwikkeling eigen terrein wordt opgelost. Alleen als dat niet mogelijk is, dan kan van dit uitgangspunt worden afgeweken, met inachtneming van hoofdstuk 6 van deze nota. Daarbij geldt op basis van deze nota als uitgangspunt, dat het salderen met betrekking tot “bestaande parkeerplaatsen” in de openbare ruimte in principe alleen is toegestaan als een aanzienlijke – kwantitatieve of kwalitatieve - verbetering van de parkeersituatie ter plaatse ontstaat. Van een aanzienlijke verbetering is in ieder geval sprake als een ontwikkeling leidt tot een wezenlijke vermindering van het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte, die aan de bestaande functie kan worden toegeschreven. (Nb. verdwijnen er slechts één of enkele parkeerplaatsen, dan kan niet gesproken worden van een aanzienlijke verbetering).
Een sportschool heeft te weinig parkeerplaatsen en gebruikt 10 parkeerplaatsen op de openbare weg. Na sloop van het pand komt er een kledingzaak. Deze heeft op eigen terrein 4 parkeerplaatsen tekort. Omdat er in de oude situatie aantoonbaar 10 parkeerplaatsen op de openbare weg in gebruik waren (tekort van 10 plaatsen), is het tekort van 4 parkeerplaatsen in de nieuwe situatie acceptabel. Dit is een aanzienlijke vermindering van het aantal parkeerplaatsen.
De initiatiefnemer dient in de onderbouwing van zijn aanvraag gemotiveerd aan te tonen dat deze verbetering van de parkeerssituatie ontstaat.
Een koeriersbedrijf is gevestigd in een woonwijk. Langs de openbare weg parkeren er dagelijks 20 grote bestelbussen van het bedrijf. Deze ontnemen het uitzicht vanuit de bestaande woningen en doen de uitstraling van de woonwijk niet goed. Er komt nu een kantoor waarbij 20 personenauto’s langs de openbare weg parkeren. Dit wordt toegestaan omdat er sprake is van een aanzienlijke verbetering van de parkeersituatie.
Van het uitgangspunt dat de parkeersituatie aanzienlijk moet verbeteren kan alleen worden afgeweken als de ruimtelijke ontwikkeling als zodanig een aanzienlijke verbetering betekent voor het gebied, ondanks dat de parkeerbehoefte in de openbare ruimte t.o.v. de bestaande situatie niet wezenlijk afneemt c.q. de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling t.o.v. de bestaande situatie gelijk blijft.
In een woonwijk is een kantorencomplex gevestigd, in een troosteloos en slecht onderhouden pand uit de jaren ’60. In de plaats van dit kantorencomplex komt een zorgcomplex met onder meer een huisartsenpraktijk. Het aantal benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte verandert niet, wel heeft er in het gebied een aanzienlijke stedenbouwkundige kwaliteitsslag plaatsgevonden.
Voorts wordt bij het salderen op grond van deze nota rekening gehouden met het volgende. Er kan sprake zijn van totale nieuwbouw op een bestaande locatie, waarbij ook de functie niet wijzigt. Hierbij moet sprake zijn van dezelfde functie én hetzelfde gebruik (bijv. een dorpshuis blijft ook een dorpshuis). In dat geval wordt het volume van de bestaande bebouwing die gesloopt (en teruggebouwd wordt), niet meegenomen in de berekening van de parkeerbehoefte (het gaat daarbij uiteraard wel uitsluitend om permanente legale bouwwerken die gesloopt worden). Wel geldt dan de voorwaarde dat de parkeersituatie in de openbare ruimte moet verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie. De ontwikkelende partij /initiatiefnemer dient hiervoor een gemotiveerd verbeterplan in te dienen, bij zijn aanvraag voor het ruimtelijk besluit ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling. Voor het extra volume geldt uiteraard wel de volledige parkeernorm.
Voor de toepassing van salderen in de openbare ruimte zal een financiële bijdrage worden afgesproken met de initiatiefnemer. (Zie hierover hoofdstuk 7(par. 7.3).
Volledigheidshalve zij erop gewezen dat bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen5Dit betreft de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo. Dit betreft een uitvoeringsbesluit en daarmee nadrukkelijk een andere omgevingsvergunning dan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo. ter uitvoering van een bestemmingsplan, bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alléén rekening wordt gehouden met de toename van de parkeerbehoefte door het realiseren van het bouwplan. Hierbij kan een bestaand tekort buiten beschouwing worden gelaten. Salderen is in dat stadium dan ook niet meer mogelijk/aan de orde.
Salderen illegaal gebruik en leegstand
Bij het salderen mag de parkeerbehoefte die is toe te schrijven aan een bestaand illegaal gebruik, niet worden meegerekend. Wel dient het bestaande feitelijke gebruik, voor zover dat is toe te schrijven aan een parkeertekort, in de planbeoordeling (als belang) te worden meegewogen.
De parkeerbehoefte van een jarenlang leegstaande functie mag in beginsel niet in mindering worden gebracht bij de berekening van de parkeerbehoefte van een nieuwe functie. De leegstandstermijn is niet vast bepaald. Het komt aan op een goede motivering aan de hand van de omstandigheden van het geval hoe hiermee in een concreet wordt omgegaan. Als richtsnoer kan een termijn van vijf jaar worden aangehouden.
Vermenigvuldiging oppervlakte/aantallen met parkeernorm
De aantallen en/of oppervlaktes per functie dienen met de daarbij horende parkeernorm vermenigvuldigd te worden. De normen en de daarbij behorende uitgangspunten zijn opgenomen in bijlage 1. Deze bijlage wordt opnieuw herzien indien het CROW nieuwe kencijfers hanteert.
Vermenigvuldig met aanwezigheidspercentages per functie en maatgevende periode
De parkeervraag van functies wordt bepaald door de parkeernormen, zoals weergegeven in bijlage 1. Wanneer minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorzieningen worden aanwezigheidspercentages toegepast.
Deze percentages zijn door het CROW opgesteld om een optimaal aantal parkeerplaatsen bij meerdere ruimtelijke functies te waarborgen (gecombineerd gebruik van de Parkeervoorzieningen). Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar diverse perioden in de week. Bij bouwplannen dient rekening gehouden te worden met de onderstaande aanwezigheidspercentages. De parkeerbehoefte wordt daarbij gebaseerd op de maatgevende periode, zoals verwoord in tabel 5.1.
Hoofdfunctie
werkdag- ochtend
werkdag- middag
werkdag- avond
koop- avond
werkdag- nacht
zaterdag- middag
zaterdag- avond
zondag- middag
woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
bioscoop/theater/podium/ enzovoort
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
sociaal medisch: arts/maatschap/ therapeut/consultatiebureau
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
verpleeg-/verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
ziekenhuispatiënten inclusief bezoekers
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
ziekenhuis medewerkers
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Tabel 5.1. Aanwezigheidspercentages (standaardtabel CROW)
Dit leidt uiteindelijk tot een bepaalde parkeerbehoefte. Voor het maken van een parkeerbalans wordt deze behoefte afgezet tegen de beschikbare parkeercapaciteit.
Afronding
Bij de berekening van benodigde parkeerplaatsen wordt het eindtotaal (de som van de parkeerplaatsen per functie) naar boven afgerond.
In een gebied zijn voor woningen 5,2 parkeerplaatsen, voor winkels 10,9 parkeerplaatsen en voor kantoren 12,1 parkeerplaatsen nodig. Gezamenlijk is dit 28,2 parkeerplaatsen, afgerond 29 parkeerplaatsen. (Dus niet afgerond 6 + 11 + 13 = 30 parkeerplaatsen).
Op het moment dat de som van een parkeerbalans afgerond kleiner of gelijk dan 1 is, kan de parkeerbehoefte buiten beschouwing gelaten worden.
Afwijking normen
Als in een bestemmingsplan een afwijkregeling is opgenomen en een initiatiefnemer hiervan gebruik wil maken, moet de initiatiefnemer hierom verzoeken bij een aanvraag om een (project)omgevingsvergunning. Bij de aanvraag moet deze, aan de hand van feitelijk informatie, berekeningen etc., voldoende onderbouwen dat en zo ja hoe (anderszins) voorzien zal worden in voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de voorwaarden voor afwijking in de planregel.
Dit is van toepassing als bij het aangevraagde bouwplan minder parkeerbehoefte bestaat, dan bij de vaststelling van het bestemmingsplan is berekend op basis van de representatieve invulling van de maximale mogelijkheden, of eventueel bij een functiewijziging van een functie met een hoge parkeerbehoefte naar een functie – die eveneens past in het bestemmingsplan – met een lagere parkeerbehoefte. Als voldaan wordt aan de voorwaarden, kan een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan worden verleend, waarbij minder parkeerplaatsen op eigen terrein worden vergund dan het bestemmingsplan voorschrijft.
Het is daarbij nodig om een parkeervoorschrift aan de omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken te verbinden (artikel 2.22 Wabo).
Voorbeeld afwijkingsregeling in bestemmingsplan:
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, afwijken van het bepaalde in 3.4.4., teneinde af te wijken van de gestelde normen, indien wordt aangetoond dat strikte toepassing van deze norm zou leiden tot reservering van gronden voor een zodanig aantal parkeerplaatsen, dat daardoor de werkelijke behoefte ver zal worden overschreden
In een loods van 2.000 m2 vindt een compleet robotgestuurd productieproces plaats. Zes medewerkers zijn dagelijks aanwezig om dit proces te begeleiden.
Op grond van de norm voor een werkplaats zijn 52 parkeerplaatsen nodig. Feitelijk gezien gaat het om 6 parkerende medewerkers. Uiteindelijk wordt een parkeereis van 10 parkeerplaatsen opgelegd. In de omgevingsvergunning is geborgd dat de volledige parkeernorm opgelegd kan worden op het moment dat de situatie verandert en er een grotere parkeerbehoefte ontstaat.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2.
Bepalen parkeerbehoefte
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent de parkeernormen