De parkeercapaciteit betreft het aantal parkeerplaatsen dat er feitelijk beschikbaar is voor een bepaalde functie in een bepaald gebied.
Deze parkeerbehoefte wordt eveneens bepaald aan de hand van een aantal deelstappen:
Bepaal het gebied waarbinnen de parkeercapaciteit gezocht kan worden
Tel alle parkeerplaatsen in het plan.
Kwalificeer de getelde parkeerplaatsen en pas de parkeercapaciteit hierop aan:
er is een onderscheid tussen privéparkeerplaatsen en openbare parkeerplaatsen.
bij bepaalde typen parkeerplaatsen (opritten, garages e.d.) gelden afwijkende normen.
Laat alle informele parkeerruimte (d.w.z. ruimte waar een auto zou kunnen staan, maar die niet als parkeerplaats bedoeld c.q. aangegeven is) buiten beschouwing.
Bepaal het gebied waarbinnen de parkeercapaciteit gezocht kan worden
Parkeerplaatsen dienen op een acceptabele loopafstand van een bepaalde voorziening te liggen. Het is een kenmerk van automobilisten dat zij in het algemeen zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming willen parkeren. Hoe verder beschikbare parkeerplaatsen van deze eindbestemming afliggen, hoe groter de kans dat er fout geparkeerd wordt en er parkeeroverlast ontstaat.
De acceptatie van een loopafstand wordt onder meer bepaald door de motieven om te parkeren, de aantrekkelijkheid van de looproute, de parkeerordening (en prijsstelling) en de concurrentiekracht van alternatieven.
Dit levert vuistregels op voor acceptabele (maximale) loopafstanden, zoals opgenomen in tabel 5.2.
hoofdfunctie
acceptabele loopafstanden
wonen
100 meter
winkelen
200 meter
werken
200 – 500 meter
ontspanning
100 meter
gezondheidszorg
100 meter
onderwijs
100 meter
religie (kerken)
200 meter
Tabel 5.2. acceptabele loopafstanden
Het exact bepalen van de loopafstand is maatwerk. Op basis van verkeerskundige studies (veelal CROW-publicaties) en de (verkeers)situatie ter plaatse zal gemotiveerd een acceptabele loopafstand aangegeven worden.
Ook bij het ontwikkelen van nieuwe wijken is het van belang om logische deelgebieden (bijvoorbeeld per straat) te onderscheiden. Dit is nodig om te voorkomen dat de totale parkeerbalans van een complete wijk kloppend is, maar op straatniveau er sprake kan zijn van een forse onbalans.
Tellen parkeerplaatsen
Binnen het gebied kan het aantal beschikbare parkeerplaatsen geteld worden. Deze moeten voldoen aan een aantal (minimale) voorwaarden qua afmetingen. De waardering die aan een parkeerplaats gegeven wordt, hangt ook af van het type parkeerplaatsen.
Maatvoering parkeervakken
Of een parkeerplaats daadwerkelijk ook gebruikt gaat worden, hangt ook af van de mate waarin deze goed in – en uit te rijden en te bereiken is. Vandaar dat de parkeerplaatsen die in een parkeerbalans geteld worden, moeten voldoen aan de gangbare afmetingen (parkeerplaats en parkeerweg), zoals die ook in het ASVV 2012 benoemd worden. Dit geldt ook voor parkeerplaatsen op eigen terrein. Verder is van belang dat aantoonbaar is dat de parkeervakken ook goed te bereiken zijn. Uiteindelijk geldt altijd een verkeerskundige beoordeling door de gemeente of een bepaald parkeervak verantwoord is met het oog op onder meer de bruikbaarheid en de verkeersveiligheid.
Voor langsparkeren gelden de CROW-richtlijnen, waarbij de parkeerweg minimaal 3 meter breed moet zijn.
Het is mogelijk om een parkeerweg in gezamenlijkheid met buren te hebben, of hiervoor het terrein van buren te gebruiken. Dit is alleen mogelijk als dit juridisch voldoende gewaarborgd is in een overeenkomst, dan wel in een notariële akte (zoals bij een erfdienstbaarheid).
Mogelijkheden parkeren eigen terrein
Het is van belang om bij de bepaling van het parkeeraanbod rekening te houden met de mogelijkheden voor ‘parkeren op eigen terrein’. Dit heeft mede te maken met de mogelijkheden voor gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen. Hoe meer parkeerplaatsen op eigen terrein, hoe minder mogelijkheden voor gecombineerd gebruik. Het CROW geeft aan dat de mate waarin het parkeren op eigen terrein wordt mee berekend in het benodigde parkeeraanbod een beleidsmatige keuze is.
‘Parkeren op eigen terrein’ kan slecht beperkt mee worden genomen in het benodigde parkeeraanbod, omdat vaak niet juridisch is vastgelegd (bestemd) dat mensen die ruimte ook daadwerkelijk als parkeerruimte moeten gebruiken. Vaak hebben zij juridisch nog de mogelijkheid om bijvoorbeeld de oprit bij de tuin te betrekken.
Ervaring leert dat ‘parkeren op eigen terrein’ in de bestaande woongebieden niet altijd als zodanig (maximaal) wordt gebruikt.
Tabel 5.3. dient hierbij als leidraad.
Een garage bij een grondgebonden woning met een oprit telt per definitie niet mee als volwaardige parkeerplaats. In de praktijk blijkt deze ruimte zeer beperkt gebruikt te worden voor het stallen van de auto. Opritten worden vaak ook slechts door 1 auto gebruikt als het niet mogelijk is om twee auto’s onafhankelijk van elkaar op de oprit te stallen (dus als de ene auto kan worden verplaatst zonder de andere te moeten verplaatsen).
parkeerruimte
theoretisch aantal
te rekenen aantal
opmerking
enkele oprit zonder garage
1
0,8
oprit min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
lange oprit zonder garage of carport
2
1
oprit min. 10,0 meter diep en 2,5 meter breed
dubbele oprit zonder garage of carport
2
1,7
oprit minimaal 4,5 meter breed
garage zonder oprit (bij woning)
1
0,2
garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
garagebox (niet bij woning)
1
0,5
garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
garage met enkele oprit,
2
1
oprit minimaal 5 meter diep
garage met lange oprit
3
1,3
oprit min. 10,0 meter diep en 2,5 meter breed
garage met dubbele oprit
3
1,8
oprit minimaal 4,5 meter breed
Tabel 5.3. Te rekenen aantallen parkeren op eigen terrein
Andere theoretische aantallen worden via bovenstaande tabel berekend. Dus een garage met een lange dubbele oprit is theoretisch 5 en effectief 2,3 (gerekend als lange oprit zonder garage en garage met lange oprit).
De parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen alleen meegenomen worden als blijkt dat er een inrit aanwezig is of voor de realisatie van de inrit een omgevingsvergunning6Dit betreft een omgevingsvergunning voor aanleggen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo. Dit is – net als een omgevingsvergunning voor bouwen – een uitvoeringsbesluit. zal worden verleend door de gemeente.
De bovengenoemde tabel is uitsluitend van toepassing voor het parkeren t.b.v. de functie wonen, mits bij de andere functies alle parkeerplaatsen zonder verplaatsen van andere auto’s e.d. te gebruiken zijn (m.u.v. fileparkeren bij kerken) en praktisch gezien ook goed door bezoekers gebruikt kunnen worden..
Openbaar toegankelijk of niet
Bij het berekenen van de parkeercapaciteit in een gebied moet onderscheid gemaakt worden tussen openbaar toegankelijke parkeerplaatsen en privéparkeerplaatsen. Het aandeel bezoekersparkeerplaatsen bij woningen moet in principe altijd op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen gefaciliteerd worden. Dit betekent dus, dat bij een woonwijk met dure woningen er altijd ca. 0,3 parkeerplaats per woning in openbaar gebied gevonden moet worden.
Dit geldt niet voor een beperkte inbreiding van ca. 1 – 3 woningen (bijv. in bestaande wijk). Dan kunnen alle parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden.
Hetzelfde geldt voor parkeerterreinen bij appartementencomplexen, als hier de volledige parkeervraag gerealiseerd kan worden (incl. bezoekers).
Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen
Bij publieke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld bibliotheek en gemeentehuis moet minimaal 5% van de parkeerplaatsen een algemene gehandicaptenparkeerplaats zijn. Deze moeten zo dicht mogelijk bij het gebouw liggen, indien mogelijk binnen 50 meter en anders maximaal op 100 meter.
Voorts dient op een openbaar parkeerterrein 1 algemene gehandicaptenparkeerplaats per 50 openbare parkeerplaatsen aanwezig te zijn.
Gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bij voorkeur ten minste 3,5 meter breed om de gebruiker in staat te stellen een rolstoel naast de auto te kunnen gebruiken.
File-opstelling
Bij kerken), is het mogelijk om te parkeren in file-opstelling. Hier wordt immers gelijktijdig aangekomen en vertrokken Dit vergroot de parkeercapaciteit per m2 en voorkomt daarmee ook ongewenste verstening. Minimale maten per parkeervak in file-opstelling zijn dan 2,50 m (breedte) en 5,50 meter (lengte).
Voor de berekening van het aantal parkeervakken geldt altijd dat andere wet- en regelgeving de betreffende parkeerplaatsen ook moeten toestaan. Zo kan het zijn dat de brandweer eisen stelt aan vluchtwegen, zodat niet alle beschikbare ruimte gebruikt kan worden als parkeerplaats. Ook moet uiteraard rekening gehouden worden met de planologische mogelijkheden.
Verdwijnen bestaande parkeerplaatsen
Op het moment dat nieuwe parkeerplaatsen (op eigen terrein of in de openbare ruimte) ten koste gaan van de bestaande parkeermogelijkheden, moeten deze parkeerplaatsen gecompenseerd worden. Dit dienen openbare parkeerplaatsen te zijn als deze parkeerplaatsen zich in de openbare ruimte bevonden. Als aangetoond kan worden dat de betreffende parkeerplaatsen altijd al voor de betreffende voorziening gebruikt werden, kan dit ook op eigen terrein gecompenseerd worden. Als geborgd wordt dat parkeerplaatsen op particulier terrein openbaar toegankelijk zijn, is het ook toegestaan openbare parkeerplaatsen op particulier terrein te realiseren..
Voorbeeld Een bedrijf gaat uitbreiden en realiseert voor deze uitbreiding een parkeerplaats (10 auto’s) op eigen terrein. Om dit terrein te ontsluiten is een uitrit op de openbare weg nodig. Dit gaat ten koste van 2 openbare parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen dienen in de openbare ruimte gecompenseerd te worden.
Normaliter parkeert alleen het personeel van het bedrijf op deze parkeerplaatsen op de openbare weg. Dit wordt op aannemelijke wijze (eenvoudig parkeeronderzoek) aangetoond. De 2 vervallen parkeerplaatsen kunnen dan op eigen terrein gerealiseerd worden: er komen nu 12 parkeerplaatsen.
Overige beoordeling parkeerplaatsen
De parkeerplaatsen worden getoetst op verkeersveiligheid. Parkeerplaatsen die zorgen voor onveilige verkeerssituaties kunnen niet meegerekend worden. Ook wordt getoetst of andere regelgeving de realisatie van de parkeerplaatsen niet verhinderd. (Bijv. of er een omgevingsvergunning verstrekt kan worden voor een uitrit die de parkeerplaatsen moet ontsluiten.
Bij nieuwe bedrijfspanden op nieuwe locaties is het niet toegestaan om per parkeervak direct op de openbare weg te ontsluiten. Dit moet door 1 of meerdere uitritten plaatsvinden.
Als parkeerplaatsen op eigen terrein aangebracht worden en de parkeerbehoefte op eigen terrein precies gehaald wordt, is het noodzakelijk om de parkeervakken duidelijk aan te geven (bijv. d.m.v. belijning). Bij een overcapaciteit is dit niet nodig.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3.
Bepaal de parkeercapaciteit
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent de parkeernormen