1. Het dagelijks bestuur bestaat uit ten minste vijf en maximaal acht leden, waaronder begrepen de voorzitter. De leden worden aangewezen door en uit de leden van het algemeen bestuur. Bij de aanwijzing wordt rekening gehouden met de geografische spreiding van de gemeenten waaruit de leden afkomstig zijn.
2. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, voor het door hen gevoerde beleid verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur.
3. De leden van het dagelijks bestuur geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
4. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur heeft plaats uiterlijk een maand na het tijdstip van aantreden van het algemeen bestuur.
5. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, een en ander overeenkomstig artikel 19a, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
6. In een vacature in het dagelijks bestuur wordt voorzien in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur.
7. Wie ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
§ 6.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden