1. Waar in wettelijke regelingen, op grond waarvan de taken in artikel 5 lid 1 aan het openbaar lichaam zijn opgedragen, bevoegdheden van regeling en bestuur zijn toegekend aan de gemeente, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, of plichten zijn opgelegd, komen die bevoegdheden toe en rusten die plichten op onderscheidenlijk het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur en de voorzitter, tenzij de wettelijke regelingen of deze regeling anders bepalen een en ander behoudens hetgeen bepaald is in artikel 30, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2. De directeur Publieke Gezondheid is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid Wet kinderopvang.
3. De directeur Publieke Gezondheid is bevoegd om namens het college gemeentelijke lijkschouwers te benoemen.
§ 2.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden