Er is sprake van een redelijke waardering van belangen als bedoeld in artikel 5 als:
de PGB-beheerder in staat is de eigen situatie en de situatie van de jeugdige te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en aan te sturen;
de PGB-beheerder op de hoogte is van de rechten en plichten die horen bij het beheer van het PGB en daarmee om kunnen gaan; en
de PGB-beheerder in staat is de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals in ieder geval een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen en het bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp.
Om te beoordelen of de PGB-beheerder in staat is om aan PGB verbonden taken als bedoeld in het eerste lid op verantwoorde wijze uit te voeren kan de door Per Saldo opgestelde zelf- test worden gebruikt.
Van overwegende bezwaren of ernstig vermoeden van problemen met het omgaan met het PGB is in elk geval sprake bij de volgende situaties:
de PGB-beheerder is handelingsonbekwaam;
de PGB-beheerder heeft als gevolg van een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de situatie van de jeugdige;
er is sprake van schuldenproblematiek of verslavingsproblematiek bij de PGB-beheerder;
er is door de jeugdige of zijn ouders of de PGB-beheerder onrechtmatig gebruik gemaakt van een PGB zoals bedoeld in artikel 8.1.4 van de wet; of
wanneer degene de PGB-beheerder ook PGB-uitvoerder is.
Hoofdstuk
Artikel 6a
Afweging redelijke waardering van belangen
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Eemsdelta 2021