Bijzondere bijstand is bedoeld als compensatie voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan die niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.
Vormen van bijzondere bijstand
Strikt genomen zijn er twee vormen van bijzondere bijstand. De individuele bijzondere bijstand en de categoriale bijzondere bijstand.
Voor verlening van categoriale bijzondere bijstand is het voldoende om vast te stellen dat de belanghebbende tot de doelgroep behoort. Bij verlening van individuele bijzondere bijstand is de individuele situatie van de belanghebbende bepalend. Er dient te worden vastgesteld dat de kosten in het individuele geval noodzakelijk zijn, dat ze voortvloeien uit individuele bijzondere omstandigheden en dat ze ook daadwerkelijk zijn/worden gemaakt.
Met de invoering van de Participatiewet is nog maar één soort categoriale bijzondere bijstand toegestaan. Het betreft de mogelijkheid bijzondere bijstand te verstrekken in de vorm van een collectieve aanvullende zorgverzekering. De inkomensgrens die in de WWB voor categoriale bijzondere bijstand was opgenomen (maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm) is komen te vervallen. Voor inwoners van Oegstgeest met een beperkt inkomen bestaat de mogelijkheid voor deelname aan een collectieve aanvullende zorgverzekering. Indien zij aan de voorwaarden voldoen, kunnen zij gebruik maken van de Collectieve Zorgverzekering voor Minima (CZM). Zij kunnen dan in aanmerking komen voor een standaard aanvullende verzekering; de AV-Standaard, of een uitgebreide aanvullende verzekering (met verplichte afkoop van het eigen risico) bedoeld voor mensen met hoge zorgkosten; de AV-Top.
Naast de individuele en de categoriale bijzondere bijstand kan er nog een tussenvorm van bijzondere bijstand worden onderscheiden: de bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken. Deze vorm van bijzondere bijstand komt tegemoet aan de in de praktijk bestaande behoefte bijstand te kunnen verstrekken aan groepen waarvan het aannemelijk is dat zij meerkosten maken, zonder dat individueel behoeft te worden getoetst op de noodzakelijkheid van die kosten. Een voorbeeld waarbij van deze aanname kan worden uitgegaan is de groep van gezinnen met schoolgaande kinderen. Zij hebben te maken met directe en indirecte schoolkosten en met (extra) kosten van maatschappelijke participatie. In Oegstgeest kunnen daarom de ouders van schoolgaande kinderen, als aan de voorwaarden wordt voldaan, een beroep doen op een jaarlijkse eenmalige tegemoetkoming in het kader van de Participatieregeling. Tevens bestaat voor deze groep de mogelijkheid om eens in een periode van een vastgesteld aantal jaren aanspraak te maken op een tegemoetkoming in de kosten van aanschaf van een computer met toebehoren; de regeling PC Project. Daarnaast is er nog een regeling die het mogelijk maakt een bijdrage te verstrekken als tegemoetkoming in de kosten van excursies en werkweken van de schoolgaande kinderen.
Als laatste vorm van bijzondere bijstand kan nog genoemd worden een bijdrage in de vorm van een Individuele inkomenstoeslag of een Individuele studietoeslag. De Individuele Inkomenstoeslag is bedoeld voor mensen die langdurig met een laag inkomen moeten rondkomen zonder dat zij uitzicht hebben op verbetering van dat inkomen. De Individuele Studietoeslag is bedoeld om mensen met een arbeidshandicap een steuntje in de rug te geven om (toch) te gaan studeren. Voor beide toeslagen geldt dat men daarvoor pas in aanmerking kan komen als aan in de Participatiewet opgenomen en in de gemeentelijke verordeningen uitgewerkte criteria wordt voldaan. Bij vaststellen van het recht is daarnaast sprake van beoordeling van individuele omstandigheden zodat maatwerk mogelijk is en de toeslag terecht komt bij de mensen die dat echt nodig hebben.
Zoals in het begin van deze paragraaf reeds opgemerkt, zijn er strikt (formeel) gezien slechts twee vormen van bijzondere bijstand; de individuele en de categoriale. Omdat er met de invoering van de Participatiewet slechts één soort categoriale bijzondere bijstand is overgebleven (de collectieve aanvullende zorgverzekering) en omdat er vormen van bijzondere bijstand zijn die formeel gezien tot de individuele bijzondere bijstand behoren maar bepaalde aspecten met de categoriale gemeen hebben, of bepaalde kenmerken missen die wel een rol spelen bij de 'gewone' individuele bijzondere bijstand, wordt dit onderscheid in het vervolg van deze nota losgelaten. De indeling van de hoofdstukken volgend op dit hoofdstuk, waarin inhoudelijk (verder) wordt ingegaan op de in deze paragraaf genoemde bijzondere bijstandsregelingen, is gebaseerd op de aard en doelgroepen van die regelingen. Daarbij is de bijzondere bijstand die niet onder de 'gewone' individuele bijzondere bijstand valt, opgenomen in aparte hoofdstukken. Op deze wijze wordt getracht de bruikbaarheid van deze nota te vergroten voor de dagelijkse bijstandsuitvoeringspraktijk.
De hoofdstukken zijn:
Collectieve aanvullende zorgkostenverzekering
Regelingen schoolgaande kinderen
Individuele inkomens- en studietoeslag
Individuele bijzondere bijstand
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1