Bij geconstateerde overtredingen is de regel dat handhavend wordt opgetreden door de burgemeester. Alleen onder bijzondere omstandigheden zal van handhaving worden afgezien. Het (nog) niet handhavend optreden na constatering van een overtreding wordt in de volksmond gedogen genoemd. Het niet constateren van overtredingen valt niet onder de definitie van gedogen. Noodzakelijk is dus dat een overtreding eerst wordt geconstateerd voordat kan worden gesproken van gedogen. Gedogen betekent in feite dat de burgemeester niet handhavend op zal treden tegen een geconstateerde overtreding. Het daadwerkelijk gedogen zal uitsluitend plaats vinden via een formeel besluit van de burgemeester.
De burgemeester volgt het gedoogbeleid zoals geformuleerd in het kabinetsstandpunt 'Grenzen aan gedogen'. Kort samengevat geldt dat gedogen slechts aanvaardbaar is in uitzonderingsgevallen, mits tevens beperkt in omvang en / of tijd. Daarnaast dient gedogen expliciet en na zorgvuldige en kenbare belangenafweging plaats te vinden (dus in een gedoogbeschikking) en aan controle (toezicht) te zijn onderworpen.
Gedogen is mogelijk in de volgende categorieën / gevallen:
overgangssituaties, bijvoorbeeld bij concreet zicht op legalisatie of bedrijfsverplaatsingen of;
situaties waarin een geslaagd beroep kan worden gedaan op het vertrouwensbeginsel, het rechtzekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of;
situaties waarin handhavend optreden onevenredig wordt geacht.
In het kader van deze beleidsregels is deze gedoogstrategie met name van belang bij de overname van een bestaande inrichting door een nieuwe exploitant, de wijziging van de ondernemingsvorm door de exploitant en bij wijzigingen in de inrichting of een gewijzigde exploitatie. Er bestaat namelijk ook een zeker (economisch) belang bij de exploitant en de gemeente om de inrichting geopend te kunnen houden gedurende bijvoorbeeld de afhandeling van de vergunningaanvra(a)g(en).
Het uitgangspunt is dat de inrichting niet kan worden geëxploiteerd zonder de daarvoor benodigde vergunningen. Dat betekent dat de (nieuwe) exploitant tijdig de benodigde vergunningen aanvraagt.
Er kunnen zich echter uitzonderingsgevallen voordoen, waarbij vanwege bijzondere omstandigheden de (nieuwe) exploitant niet in staat is geweest om tijdig nieuwe aanvragen in te dienen. In deze gevallen kan er aanleiding zijn om, op verzoek van de exploitant, een gedoogverklaring af te geven op basis waarvan de inrichting geopend kan blijven gedurende de behandeling van de aanvragen. Van geval tot geval zal moeten worden bekeken of een gedoogsituatie zich voordoet en van handhaving moet worden afgezien. In ieder geval moet er, voordat een gedoogverklaring afgegeven kan worden, aan de volgende criteria zijn voldaan:
er mag geen strijd zijn met milieu- en ruimtelijke ordeningsregelgeving;
de benodigde vergunningen moeten zijn aangevraagd;
de aanvragen en bijlagen moeten volledig zijn en indien van toepassing ondertekend door de aanvrager;
de aanvrager moet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en de vorige exploitant is uitgeschreven;
de bestuurders en de leidinggevenden van het horecabedrijf moeten voldoen aan de ingevolge in de Drank- en Horecawet gestelde eisen inzake de sociale hygiëne;
er mogen op voorhand geen twijfels bestaan t.a.v. de vraag of de bestuurders en/of (een van de) leidinggevenden kunnen voldoen aan de bij de wet gestelde moraliteitseisen (strafbladgegevens e.d.);
de bestuurders en leidinggevenden moeten tenminste 21 jaar zijn.
Uiteraard zal de burgemeester geen gedoogbeschikking / gedoogverklaring afgeven, indien op voorhand vaststaat dat de vergunningen niet verleend kunnen worden.