Zodra een ontwerp van een ontwikkeling in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zich daarvoor leent, wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte van de ontwikkeling op basis van de in deze beleidsregels genoemde parkeernormen. Het betreft de grondslag van de berekening van het aantal parkeerplaatsen waarvan de initiatiefnemer tijdens het ontwerpproces kan uitgaan dat hij zal moeten realiseren op de ontwikkelingslocatie of moet vinden binnen de benoemde loopafstanden (afhankelijk van de te faciliteren doelgroepen).
Wanneer de gegevens van het bouwplan bekend zijn, wordt de bijbehorende norm gekozen. Deze wordt vermenigvuldigd met het aantal woningen, met het vloeroppervlak (bijvoorbeeld bij kantoren, bedrijven) of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen (bij een theater). Bij een gecombineerde ontwikkeling, wordt de berekening voor iedere functie uitgevoerd en worden de uitkomsten bij elkaar opgeteld. Dit wordt de normatieve parkeerbehoefte genoemd. Dubbelgebruik is mogelijk. De normen hiervoor zijn genoemd in paragraaf 6.2.
De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een ontwikkeling meerdere functies worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de behoefte aan parkeercapaciteit bijvoorbeeld ’s avonds en ’s nachts maximaal; bij een bedrijf of kantoor zal die behoefte vooral overdag optreden. Dit noemen we de maatgevende momenten voor de parkeerbehoefte van die functies. Door het combineren van die functies kan een deel van de parkeercapaciteit mogelijk dubbel gebruikt worden. In dergelijke gevallen zijn daarom minder parkeerplaatsen nodig dan de complete optelsom van de parkeerbehoeftes.
In eerste instantie moet gekeken worden welke parkeerplaatsen in aanmerking komen voor dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die daar niet voor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld plaatsen voor bewoners op eigen terrein of parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers. Parkeerplaatsen voor bezoek of voor een tweede auto komen vaak wel in aanmerking voor dubbelgebruik.
In publicatie 137 van de CROW staan de aanwezigheidspercentages per functie per moment van de week. Hiermee wordt voor deze momenten de parkeerbehoefte per voorziening berekend. Het moment in de week waarop de totale parkeerbehoefte het grootst is, wordt het maatgevende (drukste) moment genoemd. De netto parkeerbehoefte wordt bepaald door de parkeerbehoefte op dit maatgevende moment te vermeerderen met het aantal parkeerplaatsen dat niet in aanmerking komt voor dubbelgebruik.
Werkdagochtend
Werkdagmiddag
Werkdagavond
Koopavond
Werkdagnacht
Zaterdagmiddag
Zaterdagavond
Zondagmiddag
Woningen bewoners
50 %
50 %
90 %
80 %
100 %
60 %
80 %
70 %
Woningen bezoekers
10 %
20 %
80 %
70 %
0 %
60 %
100 %
70 %
Kantoor/bedrijven
100 %
100 %
5 %
5 %
0 %
0 %
0 %
0 %
Commerciële dienstverlening
100 %
100 %
5 %
75 %
0 %
0 %
0 %
0 %
Detailhandel
30 %
60 %
10 %
75 %
0 %
100 %
0 %
0 %
Grootschalige detailhandel
30 %
60 %
70 %
80 %
0 %
100 %
0 %
0 %
Supermarkt
30 %
60 %
40 %
80 %
0 %
100 %
40 %
0 %
Sportfuncties binnen
50 %
50 %
100 %
100 %
0 %
100 %
100 %
75 %
Sportfuncties buiten
25 %
25 %
50 %
50 %
0 %
100 %
25 %
100 %
Bioscoop/theater/podium/enzovoort
5 %
25 %
90 %
90 %
0 %
40 %
100 %
40 %
Sociaal medisch: arts/maatschap/ therapeut/consultatiebureau
100 %
75 %
10 %
10 %
0 %
10 %
10 %
10 %
Verpleeg-/verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat
50 %
50 %
100 %
100 %
25 %
100 %
100 %
100 %
Ziekenhuis patiënten inclusief bezoekers
60 %
100 %
60 %
60 %
5 %
60 %
60 %
60 %
Ziekenhuis medewerkers
75 %
100 %
40 %
40 %
25 %
40 %
40 %
40 %
Dagonderwijs
100 %
100 %
0 %
0 %
0 %
0 %
0 %
0 %
Avondonderwijs
0 %
0 %
100 %
100 %
0 %
0 %
0 %
0 %
Categorie
Totaal
Werkdag
Avond
Koopavond
Zaterdag
Wonen
20
10 (50%)
18 (90%)
16 (80%)
12 (60%)
Werken
8,3
8,3 (100%)
0,4 (5%)
6,2 (75%)
0 (0%)
Totaal
28,3
18,3
18,4
22,2
12
Voor deze ontwikkeling moeten dus minimaal 23 (22,2 naar boven afgerond) parkeerplaatsen gerealiseerd worden, waarbij de parkeerplaatsen voor iedereen toegankelijk moeten zijn, zodat ook daadwerkelijk uitwisseling kan plaats vinden.
Bij vervangende nieuwbouw, verbouw en functiewijziging wordt rekening gehouden met de parkeerbehoefte van de bestaande situatie. Uitgangspunt is dat de normatieve behoefte van het laatste legale gebruik van de bestaande situatie wordt afgetrokken van de te berekenen normatieve parkeerbehoefte van de nieuwe situatie. Dit geldt alleen indien de parkeerplaatsen die in de bestaande situatie gebruikt werden, blijven bestaan. Als een gebouw of terrein meer dan vijf jaar ongebruikt of ’tijdelijk’ gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie in principe geacht nihil te zijn. Het is ter beoordeling van de gemeente of er sprake is van tijdelijk gebruik. De initiatiefnemer krijgt de gelegenheid om aan te tonen dat de beschikbare parkeergelegenheid in de directe omgeving van de ontwikkeling in relatie kan worden gebracht van de oude bestemming en dat deze voor reductie in aanmerking komt voor de nieuwe ontwikkeling. De initiatiefnemer moet een en ander goed onderbouwen. In dat geval kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van de parkeereis.