Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Afwijken van de parkeerregels

Onderdeel van Beleidsregel parkeren Urk

1.. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd af te wijken van de beleidsregels parkeren, indien: het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Dit is het geval als er naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders sprake is van een situatie waarin: het redelijkerwijs fysiek onmogelijk of uit stedenbouwkundig, esthetisch, historisch, monumentaal of verkeersveiligheidsoogpunt niet aanvaardbaar is om op eigen terrein in de nodige parkeer- of stallingsruimte te voorzien; het een aanvraag betreft om een tijdelijke omgevingsvergunning voor maximaal 2 jaar (deze termijn is niet te verlengen) van een bouwwerk dat ondersteunend is aan de functie van het hoofdgebouw op het perceel (bijvoorbeeld een extra schoollokaal of een opslagruimte bij een bestaande school) of dat ter vervanging dient van het hoofdgebouw op het perceel (bijv. een vervangend tijdelijk gebouw na brand). Indien en voor zover er niet voldaan kan worden aan de parkeernormen, verleend/vergund het college een afwijking met inachtneming van het volgende: er hoeft geen vergoeding betaald te worden. parkeerplaatsen die door realisatie van het tijdelijk bouwwerk niet meer bruikbaar/bereikbaar zijn, moeten meteen gecompenseerd worden. het bijzonder gemeentelijk belang van het project zwaarder weegt dan het (geheel) voldoen aan de parkeerregels. er op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. Dit is het geval wanneer: de benodigde parkeer- of stallingsruimte door degene die een project wil realiseren binnen een redelijke loopafstand wordt gerealiseerd; of, wanneer dit niet het geval is, er voldoende ruimte in openbaar gebied, binnen een redelijke loopafstand, aanwezig is om de parkeerbehoefte op te vangen of, wanneer ook dit niet het geval is, er, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, voldoende is geobjectiveerd dat het parkeerprobleem niet op eigen terrein is op te lossen en dat er mogelijkheden voor de gemeente zelf zijn om binnen een redelijke loopafstand een oplossing voor de parkeerbehoefte te realiseren. 2.. Onder een redelijke loopafstand wordt verstaan: Doel van de bestemming Acceptabele loopafstand in meters Wonen 100 Winkelen 200 Werken 200 Ontspanning/recreatie 100 Gezondheidszorg 100 Onderwijs 100 3.. Voor het gebruiken van parkeerplaatsen in openbaar gebied, niet zijnde als gevolg van het wonen, geldt dat de parkeerplaatsen openbaar toegankelijk blijven en dat de aanvrager een vergoeding per parkeerplaats (prijspeil 2020) aan de gemeente verschuldigd is. De hoogte van deze vergoeding is bepaald in het Grondprijsbeleid. 4.. Een afwijking op grond van artikel 7 lid 1 onder a van deze beleidsregels kan alleen worden verleend als duidelijk is geworden dat een afwijking op grond van artikel 7 lid 1 onder b van deze beleidsregels niet mogelijk is. Om voor een afwijking van de parkeerregels uit een bestemmingsplan juncto artikel 7 lid 1 onder a en b van deze beleidsregels in aanmerking te komen, dient degene die een project wil realiseren hiervoor een gemotiveerde aanvraag omgevingsvergunning in te dienen bij het bevoegd gezag. Aanvrager dient gemotiveerd aan te geven waarom er redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan de parkeerregels van het bestemmingsplan. Aanvrager dient in de aanvraag aan te geven voor welke afwijkingsmogelijkheid genoemd in deze beleidsregels hij in aanmerking wil komen. Aanvrager dient in de aanvraag expliciet aan te geven dat hij met een financiële voorwaarde akkoord gaat, voor zover het betreft een verzoek om een afwijking waaraan op grond van artikel 7 lid 3 van deze beleidsregels een financiële voorwaarde wordt verbonden. Om voor een afwijking op grond van artikel 7 lid 1 onder b onder i van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven op welke andere wijze binnen een redelijke loopafstand de benodigde parkeer- of stallingruimte wordt gerealiseerd. Om voor een afwijking op grond van artikel 7 lid 1 onder b onder ii van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voldoende ruimte in de openbare ruimte aanwezig is om de parkeerbehoefte op te vangen. Het parkeeronderzoek dient uitgevoerd te worden door een verkeerskundig specialist. Om voor een afwijking op grond van artikel 7 lid 1 onder b onder iii van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voor de gemeente voldoende mogelijkheden zijn om binnen een redelijke loopafstand voldoende parkeerplekken te realiseren. Bij de beoordeling van meervoudig ruimtegebruik wordt tevens de jaarlijkse rapportage die plaatsvindt in het kader van de Monitoringsregels betrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel