Een warmtenet heeft - als het er eenmaal ligt - kenmerken van een natuurlijk monopolie. Aanleg van een alternatief warmtenet is niet economisch haalbaar. Er zijn grote investeringen mee gemoeid die pas op lange termijn worden terugverdiend. Gelet op de fysieke en financiële omvang van het warmtenet resulteert zelfs een begin met de aanleg warmtenet al in een onomkeerbare situatie en daarmee wordt het belang onderstreept dat, ter voorkoming van een ontwikkeling in de stad strijdig aan de gestelde bestuurlijke doelen en uitgangspunten in het warmtedossier, de gemeente al in een zo vroeg mogelijk stadium regie kan voeren en invloed heeft op ontwikkeling en realisatie van warmtenetten.
In het verlengde van het voorgaande wordt in de ontwerptekst van de Wcw uitgegaan van één warmtenet per warmtekavel. Mede gelet op de reeds aangehaalde onomkeerbaarheid van aangelegde warmtenetten is het van belang dat bij het beleid met de ontwerp-Wcw rekening wordt gehouden en ook in het beleid wordt uitgegaan van één warmtenet per aan te wijzen gebied.
Daarnaast is het gezien de schaarse ruimte in de ondergrond en een toenemende claim op het gebruik van de ondergrond, alsmede met het oog op de realisering van de in de nota ‘Handelingsperspectief en kaders voor governance’ geformuleerde bestuurlijke doelen en uitgangspunten niet opportuun om voor een aangewezen gebied meer dan één (1) warmtenet toe te staan.
Uitgangspunt van het college is om per aangewezen gebied maar één (1) warmtenet toe te staan.
Zonder overheidsingrijpen zouden collectieve warmtesystemen alleen daar gerealiseerd worden waar dat interessant is voor marktpartijen. De gemeente streeft ernaar dat alle aansluitingen waarvoor dat maatschappelijk gezien efficiënt is, worden aangesloten op een collectief warmtesysteem als alternatief voor verwarming via aardgas.
Voor de aanleg warmtenetten heeft dit tot gevolg dat gemeente eerst wil onderzoeken voor welke nog te vormen gebieden (de kavels in de Wcw) welke aanpak c.q. alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving te kiezen. Het kan daarbij gaan om een keuze voor een collectief warmtesysteem, maar ook andere alternatieven zijn mogelijk. Ook het planmatig isoleren van woningen en andere gebouwen kan onderdeel uitmaken van de wijkgerichte aanpak. In de transitievisie Warmte zal dit worden vastgelegd.
Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de Transitievisie Warmte voor de gemeente Haarlem zal daarom geen medewerking worden verleend aan de aanleg van een warmtenet en in het bijzonder zal door het college geen vergunning als bedoeld in de ‘Verordening aanleg warmtenetten gemeente Haarlem 2020’ worden verstrekt.
Uitzondering hierop zijn de drie in het jaar 2020 reeds lopende projecten:
de Spijkerboorbuurt, Archimedesbuurt en Erasmusbuurt in Meerwijk;
de Waarderpolder;
het Ramplaankwartier.
Dit zijn drie pilots die betrekking hebben op drie verschillende situaties, respectievelijk bebouwde omgeving, bedrijventerrein en een burgerinitiatief. De gemeente wil hiermee ervaring opdoen welke vervolgens kan worden ingezet in de verdere warmtetransitie van de gemeente.
De gemeente werkt in het project Meerwijk sinds 2015 al met woningbouwcorporaties Ymere, Elan en Pré Wonen en beoogd netbeheerder Firan samen om de mogelijkheden voor een warmtenet in Schalkwijk te onderzoeken. In mei 2018 is hiertoe een hernieuwde samenwerkingsovereenkomst (SOK) met Firan en de corporaties getekend. In het kader van deze SOK zijn de mogelijkheden onderzocht voor het aanleggen van een open warmtenet in Schalkwijk (Meerwijk) door Firan en gemeente.
In de nota Sturingsinstrumenten voor collectieve warmtesystemen heeft het college het bedrijventerrein Waarderpolder aangewezen als warmtekavel en heeft de gemeente het voornemen een concessie voor een warmtebedrijf voor dit kavel uit te geven.
In de wijk Ramplaankwartier zijn bewoners bezig om gezamenlijk een collectief warmtesysteem te realiseren voor de wijk. Dit project zit nog in de ontwikkelfase. De gemeente is hierover met de wijk in gesprek.
Voor deze drie pilots is de gemeente bereid om al wel voor inwerkingtreding van de Wcw vergunningen af te geven. De gemeente wil hiermee, als gezegd, ervaring opdoen welke vervolgens kan worden ingezet in de verdere warmtetransitie van de gemeente.
Artikel 3.