Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Het college kan afwijken van de leerlingenprognose

Onderdeel van Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht

1.. In de volgende situatie kan het college afwijken van de leerlingenprognose. Het college kan afwijkende, gebiedsgerichte afspraken maken met de schoolbesturen van alle scholen in een specifiek gebied. Het college en de schoolbesturen maken deze afspraken omdat: er bijzondere demografische ontwikkelingen zijn, of er grote woningbouwontwikkelingen zijn, of er een nieuwe onderwijsaanbieder in het gebied komt, of 1 of meerdere scholen hebben besloten om het aantal leerlingen van de school te maximeren 2.. Als het college en de schoolbesturen overeenstemming bereiken, stelt het college de afspraken vast. Het college neemt in haar besluit hierover dan in ieder geval op: voor welk gebied de afspraken precies gelden welke scholen betrokken zijn (de namen van deze scholen) wat de nieuwe, geplande omvang van de betrokken scholen is, met de bijhorende afspraken voor welke periode de afspraken gelden. Het college maakt haar besluit openbaar. Het college informeert de gemeenteraad over het besluit. 3.. Het college en de schoolbesturen kunnen de afwijkende afspraken bijstellen. Dat doen het college en de schoolbesturen in overeenstemming. Daarvoor geldt dezelfde procedure als in lid 2. Het schoolbestuur kan een scenarioprognose aanvragen. Een scenarioprognose kan de leerlingenprognose vervangen in een bijzondere situatie (zie opsomming in lid 1). Deze situatie geeft aanleiding om andere uitgangspunten te hanteren bij het opstellen van een prognose. Het college beslist of er sprake is van een bijzondere situatie. 4.. Als het college afwijkt van de leerlingenprognose, gelden de boordelingscriteria niet. Heeft het college een besluit genomen zoals in lid 2 is beschreven? Dan gelden de beoordelingscriteria in stap 4 van deel 2 van deze verordening niet. Bij het besluit tot het afwijken van de leerlingenprognose toetst het college aan de wettelijke weigeringsgronden. Artikel 5Het college kan (een deel van) een gebouw of terrein van een school vorderen 1.. In de volgende gevallen kan het college (een deel van) een schoolgebouw, gymzaal of terrein van een school vorderen: een schoolgebouw of terrein (deels) leeg staat, of een gymzaal van een school (deels) leeg staat, of een terrein, hieronder wordt mede verstaan een sportveld van een school voor voortgezet onderwijs, dat (deels) niet wordt gebruikt, en de gemeente de leegstand wil gebruiken voor een school die op grond van het programma recht heeft op een huisvestingsvoorziening, of de gemeente de leegstand wil gebruiken een culturele, maatschappelijke of recreatie doeleinden. 2.. In sommige gevallen vordert het college niet. In de volgende situaties gebeurt dat niet: Als het college en het schoolbestuur waarvan het college mogelijk wil vorderen in goed overleg afspraken maken over medegebruik, of Als het schoolbestuur de ruimtes die de gemeente wil vorderen al, met toestemming van de gemeente, aan een andere school in gebruik heeft gegeven. Behalve als deze school zelf al genoeg ruimte beschikbaar heeft en het medegebruik dus niet nodig heeft. Daarvoor geldt de berekening in stappen 1 en 2 van deel 2 van deze verordening, of Het onderwijs van de school waarvan mogelijk wordt gevorderd niet samen kan gaan met het onderwijs van de school of de culturele, maatschappelijke of recreatie doeleinden waarvoor mogelijk wordt gevorderd. Het college onderzoekt altijd voorafgaand van het vorderen of hier sprake van is, of Als er geen sprake is van leegstand van (een deel van) het schoolgebouw, gymzaal of terrein van de school waarvan het college wil vorderen. 3.. Het college beoordeelt voorafgaand aan het vorderen of er sprake is van leegstand In de volgende gevallen staat een (deel van een) schoolgebouw of terrein leeg: Als de capaciteit van het gebouw of terrein groter is dan de ruimtebehoefte op de meest recente teldatum (volgens bijlage 1). In de volgende gevallen staat een (deel van een) gymzaal leeg. Als de gymzaal: minder dan 26 klokuren door een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs wordt gebruikt, of minder dan 40 klokuren door een school voor voortgezet onderwijs wordt gebruikt, of minder dan 40 klokuren door scholen die vallen onder lid a en b samen wordt gebruikt. Bij een sportterrein wordt dit beoordeeld aan de hand van de lesroosters van de school of scholen die dit terrein gebruiken. 4.. Het college overlegt altijd eerst met de schoolbesturen voordat hij (een deel van) een schoolgebouw of terrein vordert. Het college overlegt dan in ieder geval over de volgende punten: voor welke activiteit of activiteiten hij de ruimte vordert, en of deze activiteiten het onderwijs in het gebouw niet onredelijk storen, en of er maatregelen nodig zijn om de activiteiten op een goede manier in het schoolgebouw te laten plaatsvinden en wat de kosten zijn van deze maatregelen, en wat het college en het schoolbestuur een redelijke vergoeding voor het gebruik vinden, en vanaf welke datum het medegebruik start. 5.. Als het college huisvesting vordert, dan krijgt het schoolbestuur hierover een besluit van het college. Het schoolbestuur van de school waarvan het college vordert hoort binnen 4 weken na het overleg of het college inderdaad gaat vorderen. Het schoolbestuur krijgt hierover dan een brief. Hierin staat in ieder geval: de naam van de school en het bestuur voor wie de ruimte wordt gevorderd, en het aantal leerlingen waarvoor de ruimte nodig is of het aantal klokuren als het om een gymzaal of terrein gaat, en het gebouw waarin het college de ruimte vordert, en het bruto vloeroppervlak (m2 bvo) dat het college vordert, en hoe lang het college deze ruimte vordert, en de ingangsdatum van het gebruik. Deze ligt minimaal 4 weken na de datum van de brief, en als dat van toepassing is: welke aanpassingen aan het schoolgebouw nodig zijn om de huisvesting mogelijk te maken.

Rechtspraak bij dit artikel