Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Scholen kunnen een (deel van een) schoolgebouw verhuren of in medegebruik geven

Onderdeel van Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht

1.. Als er sprake is van leegstand kan een schoolbestuur (een deel van) een schoolgebouw, gymzaal of terrein in medegebruik geven of verhuren: Een schoolbestuur kan een gedeelte van een schoolgebouw of terrein in medegebruik geven aan een andere school of aan een organisatie die de ruimte gaat gebruiken voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinde, of Een schoolbestuur kan een gedeelte van een schoolgebouw of terrein verhuren aan een derde. 2.. De school heeft toestemming nodig van het college om een (deel van een) schoolgebouw te verhuren of in medegebruik geven. Het schoolbestuur gebruikt hiervoor een vastgesteld formulier. Het formulier is te vinden op www.utrecht.nl. 3.. De school hoort binnen 6 weken het schoolgebouw mag worden verhuurd of in medegebruik worden gegeven. Het college kan deze termijn verlengen met nog eens 6 weken. 4.. De volgende voorwaarde geldt in ieder geval voor toestemming voor verhuur In de huurovereenkomst tussen het schoolbestuur en de huurder moet staan dat artikel 230a van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet geldt. 5.. Het college kan extra voorwaarden aan de toestemming verbinden. Bijvoorbeeld: wat de huurprijs minimaal is, of of het schoolbestuur een deel van de huur aan de gemeente moet betalen omdat de gemeente een extra investering doet of heeft gedaan voor de ruimte, of hoe lang de verhuur duurt. 6.. Het college verleent in iedere geval geen toestemming voor verhuur of medegebruik als het voorgenomen gebruik niet samen kan gaan met het onderwijs van de school, of in geval van verhuur als het gaat om verhuur in de zin van afdeling vijf en zes van titel 4 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. 7.. Zonder toestemming van het college is de huurovereenkomst nietig 8.. In geval van medegebruik maken de twee scholen afspraken over het medegebruik Er worden in ieder geval afspraken gemaakt over de vergoeding voor het medegebruik. De twee schoolbesturen bepalen samen de hoogte van deze vergoeding. Als het college een minimale huurprijs heeft vastgesteld, wordt daar rekening mee gehouden. Het uitgangspunt is de hoogte van de vergoeding die het schoolbestuur krijgt van de Rijksoverheid (de MI-vergoeding). Het schoolbestuur waar medegebruik gaat plaatsvinden krijgt zo een vergoeding voor de leegstand die benut wordt door het andere schoolbestuur. 9.. Medegebruik en verhuur eindigt in de volgende gevallen in ieder geval: als de gevestigde school de ruimte zelf nodig heeft, of als de medegebruikende school de ruimte niet meer nodig heeft, of als het college gebruik maakt uit de bevoegdheid om de ruimte te vorderen.

Rechtspraak bij dit artikel