Paracommercie zijn (niet-commerciële) rechtspersonen die zich primair richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard en daar ondersteunend aan een horecabedrijf exploiteren. Voor de paracommercie gelden andere regels voor het exploiteren van een horecabedrijf dan voor commerciële inrichtingen. Daardoor kan de paracommercie een voordeel hebben ten opzichte van de commerciële horeca. Zo zijn de eisen ten aanzien van leidinggevenden anders, ontvangen zij vaak subsidie of hoeven geen marktconforme prijs te betalen voor het pand dat ze gebruiken.
Daartegenover staat dat er steeds meer maatschappelijke betrokkenheid wordt verwacht van paracommerciële rechtspersonen en zij steeds meer op eigen benen moeten staan. Het schenken van alcoholhoudende dranken is daarom vaak een welkome aanvulling op de inkomsten. De regels omtrent het verstrekken van alcoholhoudende dranken moeten daarom niet onnodig beperkend zijn. Het vraagt om een afweging van de belangen van de paracommercie en de reguliere commerciële horeca.
Openingstijden paracommercie
De openingstijden voor paracommerciële rechtspersonen zijn beschreven in paragraaf 3.1.4 en daarmee begrensd. Gelet op het feit dat het exploiteren van het horecabedrijf ondersteunend is aan de hoofdactiviteit(en), is het gewenst de openingstijden aan te laten sluiten bij die activiteit(en). Langere structurele openingstijden zijn niet mogelijk, daar dat oneerlijke concurrentie met de reguliere horeca oplevert.
Schenktijden
De gemeenteraad heeft in de APV bepaald 16 artikel 2:34b, eerste lid van de APV dat paracommerciële horeca alcoholhoudende dranken mogen verstrekken op:
maandag tot en met zaterdag van 12.00 uur tot 01.00 uur; en op
zondag van 11.00 uur tot 01.00 uur
waarmee overeenstemming is bereikt tussen de uiterlijke openings- en schenktijden.
Bijzondere bijeenkomsten
Naast de schenktijden zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van het aantal in de inrichting te houden bijeenkomsten 17 Artikel 2:34b, tweede t/m het vierde en zesde lid van de APV:
van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
die zijn gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon zijn betrokken (hierna: derden);
die zijn gericht op leden en andere personen die rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon zijn betrokken (hierna: leden), maar de bijeenkomst niet direct verband houdt met de doelstelling(en) van de rechtspersoon.
Ongeacht welk soort bijeenkomst, is het onder voorwaarden toegestaan maximaal 12 bijeenkomsten per kalenderjaar te organiseren. Deze bijeenkomsten moeten worden gehouden binnen de reguliere openings- en schenktijden en moeten uiterlijk drie werkdagen van tevoren worden gemeld bij de gemeente.
Bijeenkomsten van persoonlijke aard
Bijeenkomsten van persoonlijke aard zijn voor de paracommercie verboden, met uitzondering van ontmoetingscentra in de wijken (wijk- en buurtcentra) en in de bedrijventerreinen. Gelet op de functie die ontmoetingscentra vervullen, zijn zij uitgezonderd van dit verbod. Ondanks dat zij deze bijeenkomsten mogen organiseren, zijn zij wel gehouden binnen het totaal aantal bijeenkomsten van maximaal 12 per kalenderjaar te blijven.
Voorbeelden van bijeenkomsten van persoonlijke aard zijn: een verjaardag, bruiloft, receptie, persoonlijk jubileum of examenfeest.
Overige bijzondere bijeenkomsten
Voor wat betreft de bijeenkomsten onder 2 en 3 is het de paracommercie toegestaan in totaal maximaal 12 bijeenkomsten per kalenderjaar te organiseren.
Onder 2. gaat het om bijeenkomsten die gehouden worden voor een derde (een ‘vreemde’) voor de organisatie en los staat van het doel van de organisatie. Bijvoorbeeld een kerkgenootschap, dat haar kerk beschikbaar stelt aan een derde voor het tentoonstellen van niet religieuze kunst. De derde staat daarbij los van het kerkgenootschap en ook de activiteit staat los van het religieuze doel van de kerk.
Een ander voorbeeld is een sporthal, waarbij de hal verhuurd wordt aan een derde die een sportdag voor zijn familie wenst te organiseren. Die derde is geen bekende van de organisatie noch valt commerciële verhuur onder het doel van de sporthal.
Onder 3. gaat het om bijeenkomsten die gehouden worden voor bekenden van de organisatie maar die los staan van de doelstelling van de organisatie. Bijvoorbeeld het houden van een kerst- of nieuwjaarsborrel voor leden, een afsluitend jaarfeest voor leden of een lunch/diner voor sponsoren. Het gaat erom dat de perso(o)n(en) een relatie tot de organisatie hebben, bijvoorbeeld als lid, sponsor of bestuurder maar de te houden bijeenkomst niet onder de doelstelling van de instelling valt. Voor een sportvereniging betreft dit bijvoorbeeld een Paasontbijt voor leden, omdat het organiseren van een ontbijt niet hoort bij de doelstelling van het aanbieden van sport. Of een school die voor zijn leerlingen en leraren een niet onderwijs gerelateerde bijeenkomst organiseert.
Reguliere bijeenkomsten voor paracommerciële instellingen
Naast de hiervoor beschreven bijzondere bijeenkomsten houdt een paracommerciële instelling bovenal reguliere bijeenkomsten die direct verband houden met de eigen doelstelling en gericht zijn op de eigen leden dan wel personen die rechtstreeks bij de activiteiten van de instelling zijn betrokken. Deze bijeenkomsten zijn, binnen de reguliere openings- en schenktijden, onbeperkt toegestaan.
Bij de vraag of er sprake is van een focus op eigen leden of op derden, geldt dat bijeenkomsten waarbij het is toegestaan maximaal één introducé per lid mee te nemen, worden aangemerkt als bijeenkomsten gericht op eigen leden. Zodra er meerdere introducés per lid zijn toegestaan of niet-leden zelfstandig deel kunnen nemen aan een bijeenkomst, is sprake van een bijeenkomst gericht op derden.
In geval van een bijeenkomst van meerdere paracommerciële rechtspersonen, bijvoorbeeld een toernooi, geldt dat als daarvoor de leden van één of meerdere andere paracommerciële rechtspersoon zijn uitgenodigd, de bijeenkomst wordt aangemerkt als een bijeenkomst gericht op eigen leden.
Artikel 3.3