Ruimte en vertrouwen geven waar het kan en toezichthouden waar het nodig is, betreft de essentie van het toezichtsmodel. Daarom is het gemeentelijke toezicht ingedeeld naar drie niveaus: basis, middel en aandacht. Binnen welk toezichtsniveau een horecabedrijf valt, is afhankelijk van het aantal incidenten, overtredingen, klachten, meldingen en andersoortige signalen in relatie tot het betreffende horecabedrijf en diens exploitanten.
Overigens wordt opgemerkt dat aan de indeling geen rechten kunnen worden ontleend. Als omstandigheden aanleiding geven tot verhoogd toezicht, dan moet dat mogelijk blijven. Dit is bijvoorbeeld bij evenementen of collectieve of incidentele festiviteiten. De indeling betreft daarom een uitgangspunt. Ook wordt opgemerkt dat veelklagers ( iemand die herhaaldelijk soortgelijke klachten over hetzelfde horecabedrijf uit ) gerekend worden als één klacht, zodat zij de indeling niet kunnen manipuleren.
Basisniveau
Grote mate van vertrouwen in de exploitant, waarbij het uitgangspunt is dat de horecagelegenheid ten hoogste twee keer per jaar wordt gecontroleerd. Dit niveau kenmerkt zich door weinig tot geen overlastklachten en geen incidenten of overtredingen.
Middelniveau
Hierbij is sprake van enkele klachten en meldingen van partners, omwonenden, bedrijven en/of andere belanghebbenden. Ook kan het gaan om een enkel incident of overtreding. Vanuit het oogpunt van beheersbaarheid van het woon- en leefklimaat en bescherming van de openbare orde & veiligheid vindt vaker toezicht plaats, waarbij ten hoogste vier controles per jaar het uitgangspunt is.
Aandachtsniveau
Vanwege verhoogd risico op aantasting van de openbare orde & veiligheid en/of het woon- en leefklimaat op basis van meerdere meldingen, klachten of constateringen vindt frequent toezicht plaats. Ingezet wordt op meer dan vier controles per jaar, waarbij intensief informatie wordt uitgewisseld tussen de (handhavings)partners.
Artikel 4.1