Naar hoofdinhoud
Voor te bouwen objecten, welke direct aan een belending grenzen, gelden dezelfde uitgangspunten. Het betreft zowel horizontale als verticale ontmoetingen van bestaande bouw en bouwactiviteiten. Een dak van een belending, welke aan een nieuw te bouwen object grenst, dient als bouwveiligheidszone te worden ingericht. Ook hier geldt de tabel 1 voor klein vallend materiaal respectievelijk materieel. Bij invulplannen zal de aan de op maaiveldniveau gerelateerde projectie van de bouwveiligheidszone mogelijk aanleiding zijn voor ontruiming van de belending. Zie afbeelding 6.2.7.1 en 6.2.7.2. Een alternatieve oplossing kan zijn dat alleen de bovenste verdiepingen worden ontruimd. Het instellen van deze "veiligheidsbuffers" zal vanuit de logistiek, welke voortvloeit uit de gekozen bouwmethode, door de hoofdconstructeur van het werk vooraf moeten worden beoordeeld / berekend en ter goedkeuring bij het bevoegd gezag ingediend moeten worden. Ingeval er zich kelders onder het maaiveld bevinden geldt de oppervlakte van de projectie op maaiveldniveau ook voor de onder maaiveld gelegen bouwlagen. Bij aanwezigheid van derden in de bouwveiligheidszone (onder constructies of hulpconstructies boven of ondergronds), bij belendingen dient altijd via een constructief dynamische berekening te worden aangetoond dat de constructie waarop een object terecht kan komen dat dit verantwoord mogelijk is. Voor overbouwingen / overkluizingen zoals bijvoorbeeld het bouwen boven een weg ligt de moeilijkheidsgraad nog hoger. Een logistiek plan zal ook hier onderdeel uit moeten maken van de uitvoering. Alle fasen eisen hun eigen voorzieningen m.b.t. bouwveiligheid. Een uitgewerkt stappenplan geeft inzicht in de risico's / gevaarzettingen per bouwfase.

Rechtspraak bij dit artikel