Bij enkele incidenten op bouwplaatsen zijn binnen de bouwveiligheidszone voorwerpen uit hijstransportmiddelen gevallen. Deze zijn afgeketst op, in de bouwveiligheidszone aanwezige objecten, zoals een hefsteiger en een bouwlift en daardoor buiten het bouwterrein terecht gekomen.
Inmiddels zijn de technische mogelijkheden van de kranen, die worden gebruikt in Nederland, zover ontwikkeld dat het mogelijk is kranen door middel van software te begrenzen voor wat betreft de hijshoogte en het draaibereik. Dit is een goed middel om in voorkomende gevallen de bouwveiligheid en veiligheid in de omgeving te borgen.
Vallende voorwerpen kunnen wegkaatsen. Om rekening te houden met het risico op wegkaatsen van objecten tot buiten de bouwveiligheidszone zijn de volgende aanvullende regels van toepassing.
De afmetingen van de bouwveiligheidszone worden in eerste instantie bepaald door de hoogte van het te bouwen object conform het huidige Bouwveiligheidsbeleid.
Indien zich binnen de bouwveiligheidszone objecten bevinden die de valrichting van een vallende hijslast kunnen beïnvloeden, dient de bouwveiligheidszone te worden vergroot.
Deze is op tekening 6.7 aangegeven als de BVZ+.
Objecten die de val kunnen beïnvloeden zijn onder meer:
hefsteigers;
bouwliften;
containers;
hulpconstructies;
rekken / voorraden bouwmateriaal.
Het vergroten van de bouwveiligheidszone is afhankelijk van:
de maximale hoogte van de hijslast;
de plaats van het object ten opzichte van de grens van de bouwveiligheidszone;
de maat die uit tabel 1 voortvloeit.
Indien de bouwveiligheidszone niet kan worden vergroot, dient het object, waardoor het risico op wegkaatsen ontstaat, uit de bouwveiligheidszone te worden verwijderd, in ieder geval tijdelijk, zolang de betreffende werkzaamheden voortduren.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2.8