Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Investeren in onze bestaande woningvoorraad

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Achtkarspelen houdende regels omtrent de woonvisie

Maatregel 2.1: we willen particuliere woningbezitters bewuster maken van het belang van het verduurzamen van hun woning Als gemeente hebben we de doelstelling om zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2050 volledig energieneutraal te zijn (startnotitie duurzaamheid). Hierbij valt een flinke slag te maken in de bestaande particuliere woningvoorraad. Immers, het grootste deel van onze woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. Dit willen we voornamelijk doen door woningbezitters bewuster te maken van het belang van dergelijke investeringen, de beschikbare mogelijkheden en de financiële voordelen op lange termijn. Hiervoor hebben we een energieloket ingericht. We geven voorlichting aan particuliere woningeigenaren over de financiële en technische mogelijkheden om hun woning te verduurzamen. Ook worden woningeigenaren gewezen op de mogelijkheid om de Landelijke Energiebespaarlening af te sluiten of gebruik te maken van de SEEH (subsidie energiebesparing eigen huis). Daarnaast worden er nadere acties ter verduurzaming van de bestaande particuliere woningvoorraad uitgewerkt in de Transitievisie Warmte (zie hieronder). Maatregel 2.2: transitiegereed en aardgasvrij maken bestaande woningen Startgebieden aanwijzen Logische momenten aangrijpen om woningen transitie gereed te maken Ruimte bieden aan creatieve oplossingen Eén van de opdrachten die volgt uit het nationaal Klimaatakkoord is dat elke gemeente in Nederland uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte moet hebben vastgesteld. Voor Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel wordt momenteel gewerkt aan het opstellen van deze warmtevisie. Het Rijk verlangt van gemeenten om in de transitievisie warmte een realistisch tijdspad vast te leggen voor het transitiegereed en aardgasvrij maken van wijken. Transitiegereed houdt in dat woningen aangepast worden voor de (aardgasvrije) verwarming van de toekomst: door bijvoorbeeld isolatie, ventilatie en elektrisch koken. In de Transitievisie Warmte wordt nader beschreven hoe deze verduurzaming zal moeten plaatsvinden. In de Transitievisie Warmte dienen ook startgebieden voor het aardgasvrij maken van woningen aangewezen te worden. Na vaststelling van de Transitievisie Warmte wordt bij deze gebieden gestart met planvorming en uitvoering op wijkniveau. Net als bij nieuwbouw geldt voor de bestaande voorraad dat we zowel de min of meer gebruikelijke oplossingen (warmtenet of warmtepomp) overwegen, als ook ruimte willen bieden voor creatieve oplossingen (bijvoorbeeld via waterstof), mits dergelijke pilots passen binnen onze Transitievisie Warmte. Maatregel 2.3: vanuit veiligheids- en duurzaamheidsperspectief zetten we in op het uitfaseren van koken op aardgas We streven naar een versnelde uitfasering van kooktoestellen op aardgas. Dit niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt, maar ook vanuit veiligheid (in het kader van langer thuis wonen). Een gasfornuis of –kookplaat is vaak minder veilig dan een keramische-, elektrische- of inductiekookplaat. Hierover gaan we ook met woningcorporaties in gesprek. Maatregel2.4:we willen komen tot een stapsgewijze verbetering van de sociale huurvoorraad We volgen de landelijke doelstelling waarbij de komende jaren de energetische kwaliteit van de bestaande sociale huurvoorraad stapsgewijs wordt verbeterd naar gemiddeld energie-index 1,25 in 2025 en een streven naar 1,20 in 2030. Hierbij stellen we aanvullende voorwaarden: Energetische investeringen zoveel mogelijk spreiden over de huurvoorraad Energetische investeringen moeten een bijdrage leveren in het verlagen van de totale woonlasten Energetische verbeteringen zijn gericht op het transitiegereed maken van woningen Zowel in de particuliere sector als in de sociale huursector geldt dat bij nieuwbouw al sterk wordt ingezet op energiezuinige woningbouw. Hoewel de grootste opgave in de particuliere sector ligt, valt er ook in de bestaande huurvoorraad nog winst te behalen. We willen de komende jaren met de woningcorporaties substantiële stappen zetten in het verduurzamen van de bestaande huurvoorraad. Voor deze sector geldt de landelijke doelstelling om in 2050 over een CO₂-neutrale woningvoorraad te beschikken. We stellen daarbij een concreet doel waar we de komende jaren naar toe werken en het ook mogelijk wordt om de voortgang te monitoren. Uitgangspunt is de landelijke doelstelling dat in 2025 de totale sociale huurvoorraad een energie-index van 1,25 kent (energielabel B) en voor de periode daarna streven we ernaar dat de sociale huurvoorraad in 2030 een energie-index van 1,20 of minder heeft. Bij deze ambitie geldt wel dat de woonlasten na verduurzaming financieel passend moeten blijven voor de huurder. Daarnaast vinden we het belangrijk dat investeringen in de huursector zoveel mogelijk worden gespreid over de totale huurvoorraad (zodat zoveel mogelijk woningen richting energielabel B gaan) en dat investeringen een bijdrage leveren in het beperken van het energieverbruik. Naast energetische maatregelen is het belangrijk dat huurders kunnen profiteren van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld via zonnepanelen. Een deel van de corporatiewoningen is al voorzien van zonnepanelen. Maatregel 2.5: we willen zoveel mogelijk kansen voor transformatie van bestaande woningen benutten Het aantal kleine 1- en 2-persoonshuishoudens neemt de komende jaren toe. Vooral door de vergrijzing (meer alleenstaande ouderen), maar deels ook door meer (echt)scheidingen en meer starters 1 We beschouwen een starter als iemand die vanuit een onzelfstandige woonsituatie (bijvoorbeeld vanuit het ouderlijk huis of vanuit een kamer) voor het eerst verhuisd naar een zelfstandige woning (hetzij huur of koop). die als 1-persoonshuishouden de markt betreden. De vraag naar kleinere wooneenheden zoals appartementen in de doelgroep vanaf 55 jaar neemt toe, terwijl onze gemeente over relatief veel ruime woningen (2-onder-1-kapwoningen, vrijstaande woningen) in de particuliere woningvoorraad beschikt. Uiteraard is nieuwbouw een optie om het aanbod aan kleinere wooneenheden in het koopsegment te vergroten, maar er liggen ook kansen om transformatie in de bestaande voorraad te faciliteren. Maatregel 2.6: we maken afspraken met woningcorporaties over herstructureringslocaties Soms is groot onderhoud aan sociale huurwoningen niet voldoende om de kwaliteit naar hedendaagse normen te brengen. Op dat moment komt herstructurering aan de orde. Vaak gaat het dan om sloop / nieuwbouw. De redenen hiervoor kunnen heel divers zijn: Er is behoefte aan een ander woningaanbod op de betreffende locatie (qua woningtype of eigendomsverhouding; huur-koop) De bestaande woningen zijn te zeer verouderd om te verduurzamen (energiezuiniger of levensloopgeschikter) Er is behoefte aan een integrale aanpak; zowel vernieuwing van het woningbezit als openbare ruimte Voor dergelijke grote veranderingen in de samenstellingen van de sociale huurvoorraad vinden we het belangrijk om samen met de woningcorporaties te kijken naar de belangrijkste opgaven. Voor de komende jaren vinden we het als gemeente belangrijk om de prioriteit op dit vlak te leggen bij: De kernen waar de vraag naar sociale huurwoningen het grootst is. Hierbij ligt de prioriteit bij woningen van slechte kwaliteit, buurten met een matige uitstraling en buurten met een eenzijdige woningvoorraad. Kleine kernen waar sociale huurwoningen staan met een matige verhuurbaarheid, maar waar niettemin wel enige behoefte is aan sociale huurwoningen. Deze opgaven vormen voor ons het vertrekpunt voor het maken van nadere prestatieafspraken met de woningcorporaties over toekomstige herstructureringslocaties.

Rechtspraak bij dit artikel